the Wild Lands

Een bonte (en blauwe) boel

Verhellen verholpen

Het was enkele dagen bijzonder rustig in Zuiderhaven, wat men deels aan het druiligere weer van de afgelopen dagen weet. Slechts één schip was er nog binnengekomen en zoals het gerucht de ronde deed waren er vele verloren gegaan in de storm van enkele dagen geleden. Dat maakte de sfeer er niet beter op. Niet in het minste omdat met het verlies van die schepen ook meteen de verse voorraad Pibwasser extra dry eraan was voor de moeite.

In de Zoute Zeemeermin was het erg stilletjes die ochtend. Aan de bar zat een wat uitgezakte Paladin, tenmidden een voorraad lege flessen en met een wazige blik in zijn ogen, te genieten van de laatste fles Pibwasser. De deur sloeg open en Zwaäm maakte zijn intrede, keek minachtend naar Brecht en zocht een plaatsje aan de haard, recht tegenover een wat ouder uitziende man die vergezeld was van een Tiefling. Zwaäm gromde wat in zichzelf “Grrmbl, moet er nu echt zo’n mormel onder hetzelfde dak logeren?”. Hun blikken kruisten elkaar even maar Zwaäm bespeurde onverschilligheid in haar blik, geen vijandschap. Hij wilde net een sarcastische opmerking maken toen de oude man zich tot hem richtte: “Intersessant, interessant, waarachtig interessant, een mensachtig reptiel! Werkelijk interessant!”. “Draak! D…R…A…A…K!” gromde Zwaäm, “Dragonborn om precies te zijn! Uit welke achterlijke streek kom jij dat je dat niet weet”. Hij was duidelijk in zijn gat gebeten. De Tiefling grinnikte. De oude man bedaarde Zwaäm en vertelde hem dat hij doctor was en dat hij geïnteresseerd was in alle interessante wezens en dat hij naar dit land was gekomen voor diepgaande studies. Zwaäm wist even niet goed of hij zich gevleid of beledigd moest voelen.

“Mijn naam is Tar Ranak en de charmante Tiefling hier heet Larissa.” vervolgde de oude man. Hij was haar blijkbaar net tegengekomen aan de bar. Zij zocht haar zuster… het was ingewikkeld… iets met overspel en blablabla… vrouwengedoe! Ze viel Zwaäm wel mee, hoewel ze hem met momenten erg irriteerde, maar niet zo erg als Brecht op zijn best… Na wat kennismakend geleuter begon Zwaäm zich wat te vervelen en zei dat hij eens wat blauwe draakjes ging jagen. “OohoHOhOooooh, ik ga mee!” riep Tar enthousiast, “Die wilde ik al lang eens bestuderen! Ga je mee Larissa, misschien vinden we ook wel wat aanwijzingen over je zuster… (stilletjes) en alleen met die hagedis voel ik me toch niet helemaal op mijn gemak…”. Zwaäm zag er geen graten in: Brecht was lazarus, Livio had net een “shopping spree” en het leek hem verstandiger om met wat meer volk op stap te gaan.Tar had al weet van de draakjes en stelde voor om maar direct naar het noorden te gaan, naar de broedplaatsen omdat daar vroeger reeds vele draakjes gespot werden.

Het was nog steeds aan het regenen toen ze de stad verlieten en het land zag er mistroostig uit. Het woud in de verte zag er bedreigend uit, als een donkere waakzame schim, achter een waterige sluier. Larissa kreeg er een rilling van over haar rug. Er werd vooral veel gezwegen onderweg. Een storm woedde op zee. Gelukkig kwamen ze geen problemen tegen op hun tocht naar het noorden en toen ze aan de hangbrug kwamen stopte het eindelijk met regenen. Maar… wat was dat? Zwaäm kende dat wezen. In de buurt van de hangbrug dwaalde een wervelwind rond… met ogen… brrr…

Hoewel Tar dit geweldig interessant vond en even het ding gadesloeg liet hij zich overtuigen om er een weg langs te zoeken. Zonder succes. Dan maar zaaaaaaachtjes erlan… “Hiiiiiiiii”… Larissa slaakte een kreet: het wervelwindje zoog haar naar zich toe en begon haar te knuffelen… enfin… wat ervoor moest doorgaan want ze krijste het uit van de pijn. Vonken van haat en razernij schoten uit haar ogen toen het haar eindelijk losliet en ze plantte in één sierlijke beweging haar dolk in het wezen, waarop het scrok en uitweek… en zich op Zwaäm stortte. Deze had deze uitval voorzien, dook weg en verblindde het schepsel met een Eyebite. Larissa en tarnak maakten van de opening gebruik door hevig in de aanval te gaan. Met succes. Zijn wervelingen namen af in intensiteit en zijn bewegingen werden onregelmatiger. Larissa zag haar kans schoon, haar ogen stralend met bloedlust. Ze likte haar dolk en danste op het wervelwindje af dat als gehypnotiseerd verstarde, bevangen door haar sensuele bewegingen. Ssshhliiiing! De dolk gierde doorheen het wezen. Bijna tegelijk spuugde Zwaäm een grote zuurwolk uit, maar miste schromelijk… Naderhand wist hij te vertellen, zijn neus hevig bloedend, dat hij er niets aan kon doen: Larissa had bij haar aanval gewoon iets te veel vlees laten zien… hij was afgeleid, dus niet een teken van onkunde…kuch… Soit, enkele rake klappen later ging het wervelwindje sissend in rook op en de reizigers haalden opgelucht adem.

Na zich wat opgeknapt te hebben en nadat Larissa haar toilet weer in orde had gekregen begaven de drie zich weer op pad, over de brug, langs de kliffen, richting de broedplaatsen. Ze schrokken zich bijna dood toen plots een schicht over hen heen kwam vliegen. Het kon een havik zijn maar hij werd omgeven door bliksemschichten en dompelde het lanschap in een kil blauwig licht. Een gevoel van ontzag maakte zich van hen meester maar niet voor lang want nog voor het gezelschap goed wist wat hen overkomen was, was de vogel reeds verwenen in het noorden. Tar glunderde als een klein kind dat een snoepkraam had bespeurd, maar vermande zich en stelde vast dat hij op deze plek al eens geweest was. “Juist, juist. Juist ja! Hier is die grot! Kijk maar hier hangt ons touw nog!” en hij repte zich naar de rand van de klif. “Aaah mooie tijden beleefd in deze grot!” zei hei verheugd, “Kom we gaan eens zien of er nog iets te beleven valt”. Zwaäm en Larissa wisten hem echter te overtuigen deze vandaag niet meer te betreden daar deze snel te nat zou zijn naar hunner zinnen en dat ze best de kustlijn afzochten naar nieuwe en interessante plaatsen. Het was bovendien al een stuk in de namiddag en de vloed was al aan het opkomen…

Wat meer noordwaarts kwamen ze aan een smalle kloof. De zee schuimde woest in de diepte, maar in het verste punt van de kloof, net boven de zeespiegel, zagen ze een grot die tot op halve hoogte bedekt was met mosselen en zeewier. De grot die meer als een scheur in de steile wand ingebed zat was toegankelijk via een kleine afdaling. “In het ergste geval krijgen we natte tenen” Zij Tarnak en hij haaste zich, verdacht kwiek voor een man op leeftijd, richting de grot. Zonder boe of ba was hij al de kliffen afgekloutert en stond beneden triomfantelijk te lachen: “Hahaha, mietjes!” kirde hij. Larissa werd wat overmoedig van de provocatie, sprong net iets te nonchalant naar beneden en rondde af met een faceplant in de zee. Dit alles tot groot vertier van Zwaäm. Ze doorzochtten de grot en vonden naast wat prachtige mesthoopjes ook nog eens twee Blauwe Draakjes in een zijgang.

Kaartjegrot

Deze werden dan maar vakkundig verwerkt tot charcuterie. Tarnak voorkwam nog net een totale vermorzeling. Hij wilde immers een lijkje meenemen. Larissa en Zwaäm keken elkaar schaapachtig aan en haalden hun shouders op. “Ieders zijn meug” mompelde Zwaäm en ze onderzochten de grot verder. Na enkele bochten stuitten ze op een een grote doodlopende ruimte en troffen er goud, gereedschap (van Verhellen?), een edelsteen en een koker aan met daarin een pagina uit een havenlogboek… Tar had durven zweren dat Larissa nog snel iets wegstak, maar het kon ook zijn verbeelding zijn… en daarbij, hij had een lijkje: Yay! Er was verder niets bijzonders te vinden, tenzij mest je fantasie kan prikkelen, dus keerde het trio terug.

Toen ze weer bovenkwamen keken ze angstig toe hoe de pokemon… euh flitshavik… in een gevecht was verwikkeld met een wervelwind-ding. Wijselijk slopen onze gezellen weg en haastten ze zich naar de steengroeve. Verhellen stond hen reeds op te wachten en zijn gezicht klaarde op toen hij zijn gereedschap herkende. Hij bedankte hen uitgebreid en beloonde hen met goud. Tar leerde Verhellen de uiterst betrouwbare techniek van het Draakjes wegstaren en ze vertrokken weer naar Zuiderhaven.

De zon was al bijna onder toen ze weer binnen de stadsmuren vertoefden. Bij een frisse pint Sheibwasser, een bruin schippersbier, verdeelden ze de buit en kwamen overeen om de edelsteen te verpatsen en de opbrengst tevens te verdelen over hun drietjes. Tar kocht met zijn verse goudstukken een chirurgieset en sloot zich op in zijn kamer. De kamermeiden vertelden achteraf vreemde verhalen over een naakte oude man die sinister lachend door zijn kamer huppelde, besmeurd met ingewanden en drakenbloed… Larissa en Zwaäm gingen tenslotte nog eens langs Wout de havenmeester om wat meer te weten te komen over het stuk log dat ze gevonden hadden. Bleek dat smokkelaars wel eens meer documenten jatten uit de lokalen van de reders en dat er reeds vele malen premies werden uitgeloofd voor al wie smokkelaars kon aangeven of doden. Bij de stadswacht weten ze ongetwijfeld meer…

Kaartje2

Comments

Jedyte Chupon

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.