the Wild Lands

Nieuwe ontmoetingen

Die ochtend stonden Moebius, Poot, Livio en Brecht op in Mijn B.

Omdat ze vonden dat het nu toch wel eens tijd werd dat de Wacht van Zuiderhaven op de hoogte gesteld werd van hun vermoeden dat het hoofdkwartier van kapitein Groenbaard zich weleens in Khûm Aram zou kunnen bevinden, werd er aldus daarheen getrokken.

Zuiderhaven

In Zuiderhaven aangekomen zochten ze Ivan op en brachten hem op de hoogte. Ivan was zeer dankbaar voor de informatie, maar benadrukte dat hij momenteel weinig kon doen, laat staan een frontale aanval op de piratenbasis. Zeker niet omdat de activiteit van Zeeduivels in de lokale nabijheid merkbaar gestegen was.

Argali-moer

Omdat het mysterieuze Nimmerlichtwoud toch een indruk had nagelaten, werd er unaniem besloten om dat eens nader te gaan onderzoeken.
Maar eerst moest er natuurlijk nog door de weinig toegankelijke Argali-moer getrokken worden. Terwijl ze de vele slijkplassen overschreden en de muggenzwermen van zich af probeerden te houden, merkte Poot plots op dat een vermetele mug het aandurfde hem te bijten. Prompt sloeg Poot het overmoedige insect tot een hoopje pulp. Terwijl Poot even sip stond te kijken naar zijn verse wond, merkte Moebius op dat dit wel eens zou kunnen leiden tot Moeraskoorts. Snel diende hij de eerste zorgen toe, met de belofte een oogje in het zeil te houden op de gezondheid van Poot.

Onversaagd trokken ze verder het mistroogstige moeras in, tot ze plots een soort stenen structuur zagen. Een zucht van verlichting werd geslaakt, eindelijk hadden ze het Gluwerdiep bereikt. Daar zouden ze tenminste geen last hebben van het rijkelijk aanwezige ongedierte.

Gluwerdiep

Dit bleek echter ijdele hoop, want na een stuk in het Gluwerdiep rondgetrokken te hebben, stonden plots oog in oog met enkele blubberige massa’s. De slechtgezinde puddingen bleken echter vrij taai, ze sprongen prompt op Brecht en Moebius, die er slechts met uiterste krachtinspanningen in slaagden deze zurige hopen slijm uit hun lichaamsholtes te houden. Alsof dat nog niet erg genoeg was, spatten de blubbers na enige rake houwen ook nog eens uiteen in kleinere hopen!
Gelukkig hadden de avonturiers even voordien de heilzame effecten van de Vlamamaniet ondervonden, en kon er met vereende krachten een eind gemaakt werden aan deze duivelse puddingen.

Nimmerlichtwoud

Met de aanwijzingen van hun vertrouwde kaart vonden ze al snel de ingang naar het Nimmerlichtwoud. Naar goede gewoonte was het hier donker en mistig, en ook het gevoel alsof ze constant in het oog gehouden werden stelde onze helden er niet geruster op.
Terwijl de avonturiers zich wat probeerden te oriënteren in deze onvertrouwde regionen, kwamen ze op een wat afgelegenere plaats plots een Hunebed tegen. Vooral Poot was hier erg door geïntrigeerd.
Hoewel deze constructie opmerkelijk was, leek het toch harmonieus geïntegreerd in de aanwezige fauna en flora.
Omdat er verder niets ongewoon te vinden was, werd er dan ook besloten om verder te trekken. Er werd verder het woud ingetrokken, waar na verloop van tijd een pad werd aangetroffen. Verbluft bleef de groep even staan. Een pad? Hier? Midden in de wildernis? Hun nieuwsgierigheid was echter te groot en behoedzaam en met de oren gespitst liepen ze het pad verder af. Plots hoorden ze in verte het gerinkel van belletjes. Weer bleven onze helden verbluft staan. Het gerinkel kwam echter langzaam dichterbij, en na kort overleg verstopten ze zich, wat gemakkelijk ging in dit dichtbeboste gebied, wie wist tenslotte wat ze hier zouden aantreffen?
Naast het belgerinkel zagen ze nu ook een flakkering van licht. Met het hand strak rond het heft van hun wapen wachtte het groepje gespannen af. De spanning werd bijna ondraaglijk, maar even later reed er langzaam een tot de nok volgestouwde kar voorbij, zelfs aan de zijkanten hingen allerlei dingen. Op de kar zelf zat tot hun verbazing een goedgeklede man met donker haar met een Imp naast hem.
Moebius, immer onversaagd, kwam rustig uit zijn schuilplaats gestapt groette deze vreemdeling.

De Koopman

De vreemde man groette hem vriendelijk, en stelde zichzelf voor als “De Koopman”. Hij zette zijn kar aan de kant, haalde enkele krukjes tevoorschijn, gebood onze vrienden te gaan zitten en deelde met hen enkele glaasjes brandewijn.
Na een kort gesprek stond de handelaar recht, en toonde hen allerlei exotische waren.
Deze bleken zonder uitzondering van hoge kwaliteit, en iedereen vond dan ook iet snaar zijn gading. Moebius en Brecht kochten elk een Amulet dat hun verdediging versterkte, voor Poot werd er een magische staf aangeschaft. Brecht, die altijd wel op zoek was naar iets bruikbaars, kocht ook nog een kaartspel en een Houdkrachtige Zak.
Brecht probeerde ook wat af te dingen, maar daar had De Koopman geen oren naar. Wel deed hij hun een zakenvoorstel. In ruil voor koopkrediet zouden ze in de Kerker Van Azhrymeus monsters moeten bevechten, en hun lichamen terugbrengen naar de koopman. Net als met kortingen bleek de man echter schaars met informatie, meer wou hij dan ook niet kwijt.
Daar er duidelijke interesse was in dit voorstel, werd dan ook afgesproken in de zeer nabije toekomst opnieuw af te spreken. Op de vraag waar ze hem konden bereiken reageerde de zakenman echter weer enigmatisch en zei “Geen nood, ik vind jullie wel. We zullen elkaar zeker nog tegenkomen”.
Voor hij afscheid nam, wist hij nog wel te vertellen dat ze zeker niet van het nabije meer moesten drinken, en dat er meer naar het Oosten een soort humanoïde constructies rondwaarden. Ook Moebius’ vermoedens dat de Blauwe Piek weleens in de buurt zou kunnen zijn werden door de raadsleachtige verkoper bevestigd.

Verkenning

Ieder vervolgde zijn weg, die voor onze helden niet over een leien dakje liep. Na een tijdja wandelen zagen ze Brecht ergens langs een vers gegraven put liggen…terwijl hij pal naast hen stond! Moebius gooide een steenje naar deze figuur, maar er kwam geen reactie. Het leek hen best deze vreemde verschijning verder met rust te laten en verder te trekken op het pad. Na verloop van tijd leken ze zchter in een cirkel te lopen. Doodop van het rondtrekken en het zware gevecht besloten de avonturiers dan maar ter plekek hun kamp op te slaan.
Terwijl Moebius de wacht hield, werd Poot plots wakker van geknijp en gekietel. “Moebius” riep de Druïde enigzins geïrriteerd, “laat me eens met rust, kerel!”. Moebius keek verbaasd op en stamelde “Maar… ik heb je helemaal niets gedaan. Waar heb je het over?”
Verbrouwereerd kroop Poot opnieuw zijn slaapzak in, en tijden zijn wachtbeurt verweet Livio hem opeens hetzelfde.
De volgende ochtend stonden het avonturiersgroepje op, niet helemaal uitgeslapen maar toch voldoende uitgerust om de tocht verder te zetten.
Aangezien het nu wel duidelijk werd dat ze in rondjes aan het lopen waren, werd er besloten om gewoon loodrecht naar het Westeb te lopen. Na een stuk afgesneden te hebben, kwamen ze terecht bij het meer waar De Koopman hen over verteld had. Brecht was toch wel nieuwsgierig naar wat er zo speciaal was aan dit water en besloot er een staal van te nemen. Zowel hij als Poot voelden echter zeer nadrukkelijk de ogen van ongeziene wezens in hun rug branden. Poot raadde Brecht dan ook af van zijn plan, en Brecht nam het advies van zijn teamgenoot ter harte.
Iedereen had ondertussen wel genoeg van dit mysterieuze gedoe, en de terugkeer werd dan ook aangevat.

Kajaat

Er werd verder gereisd, waar ze Lionu nogmaals vriendelijk verzochten hun kamp op te slaan.
“Vooruit dan maar”, zei de Utrayi “maar maak er geen gewoonte van, he?!”

Moe maar tevree en met hun hoofd vol wilde fantasieën dommelden onze helden zoetjesaan in, klaar om de volgende ochtend weer de geheimen van de Wilde Landen te ontsluieren. Welke avonturen zouden hen morgen te wachten staan?

Comments

Nice! Eén opmerking wel, De Koopman vroeg ons niet om lijken te gaan meebrengen uit de kerker van Azhrymeus, maar iets te verzamelen wat de monsters bijhebben oftewel een klein deel van hun lichaam (troll afrodisiacum, anyone?).

Ik krijg wel zin om binnenkort eens aan zo’n construct aan de Gebroken Kust te gaan sleutelen :)

Nieuwe ontmoetingen
 

Nice! Eén opmerking wel, De Koopman vroeg ons niet om lijken te gaan meebrengen uit de kerker van Azhrymeus, maar iets te verzamelen wat de monsters bijhebben oftewel een klein deel van hun lichaam (troll afrodisiacum, anyone?).

Ik krijg wel zin om binnenkort eens aan zo’n construct aan de Gebroken Kust te gaan sleutelen :)

Nieuwe ontmoetingen
 

Heb ik al gezegd dat ik… ah ja, blijkbaar wel :)

Sorry, comments systeem doet vreemd en kreeg wat debugging output bij het plaatsen van een comment zonder dat er iets leek te veranderen op de pagina.

Nieuwe ontmoetingen
 

Ik dacht dat die Winterstaf NIET gekocht was, wel?

Nieuwe ontmoetingen
 

@Tom: dat kan, de uitleg was nogal vaag, maar zo had ik het toch geînterpreteerd.

@Wim: Jawel hoor, weet je nog dat we gevraagd hadden die “immobilizing power” nog een ste beschrijven zodat we daar een item op de wiki van konden aanmaken?

Nieuwe ontmoetingen
 

Geld is er in elk geval van afgetrokken ^^

Nieuwe ontmoetingen
Jedyte Kevin1979

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.