the Wild Lands

Grote Kuis

"Arrrrrrr-rochel"

Het zand brandde in zijn ogen en het bloed zorgde ervoor dat zijn ogenleden als dicht gekleefd aanvoelden, maar toch moest Brecht proberen te zien waar de smokkelaars stonden. Zijn ogen waren nog maar half geopend toen een smokkelaar hem zijn schoeisel hard in de maag plantte en met een vrije hand nogmaals een handvol aarde van de grond graaide en in zijn gezicht gooide. “Is dit hoe het eindigt? Moet het echt zo?” vroeg Brecht zich af. Hij verloor het bewustzijn en zakte als een hoop oud schroot ineen alsof dat het antwoord op zijn vraag was…

Mijn B

Na een goede nachtrust in Mijn B raakten Moebius, Poot, Gareth en Brecht aan de praat met Zar Spekholzer, de baas van de mijn. Deze vertelde hen over hun werkzaamheden en hoe Kruthiks (nogal groot uitgevallen kevers) hen heel wat moeite bespaarden bij het graven en ontginnen van het zilver in deze mijn. “Ze kunnen niet tegen het zonlicht maar ondergronds zijn ze geboren graafmachines!” zo bleek, en tevens werden ze misbruikt om de ertsen te transporteren. Slim Jakulba wist de vrienden vol trots te vertellen dat hij erachter gekomen was dat na het uitsnijden van de hun feromoon-producerende organen de beesten een groot deel van hun agressiviteit verloren en dan goed gehoorzaamden. “Wat een geslaagd proefproject!” zoals hij het noemde. Allen vonden het een afschuwelijke praktijk maar lieten weinig merken. Poot echter kon het niet aanhoren en stapte tijdens het gesprek gewoon weg.

Omdat niemand meer zin had in een ontbijt na het omschrijven van dit wansmakelijke tafereel was er natuurlijk wel weer wat tijd gespaard en al gauw trok het viertal terug de Perelgaardspas over, dát zonder problemen deze keer, op weg naar Mijn A om er voor eens en altijd af te rekenen met de piraten, smokkelaars en Kielhaal Katrina.

Mijn A

Na wat verwarring, desoriëntatie en een gang van mijn A te laten instorten (waar Moebius gelukkig geen gebroken ribben aan overhield) stootten de vrienden plots op een 3-tal ruige, met messen uitgeruste individuen die hen als bezetenen begonnen te schoppen en zand in het gezicht te gooien. Brecht dacht dat zijn helm misschien toch iets te veel op een bloempot leek. Dit conflict bleek dermate onaangenaam dat Brecht er zelfs bijna het leven bij liet. Uiteindelijk begonnen de avonturiers toch langzaam aan de bovenhand te halen, maar één van de smokkelaars kon nog net ontsnappen en riep om versterking, waarna de dappere helden het op een loopje zetten naar buiten toe. De Neder-Jungle leek de interessantste plek om zich te verschuilen en al gauw raakten de piraten en smokkelaars het spoor zoek.

Omdat de piraten zich opgesplitst hadden kon het gezelschap een vijftal ongure types verrassen op de weg naar Zuiderhaven en zo de weerstand waarmee ze in de mijn te maken zouden krijgen al wat beperken. Om terug wat op krachten te komen werd besloten een nachtje in Zuiderhaven te blijven en pas de volgende dag terug naar de mijn te trekken.

De mijn werd de volgende dag al vrij vlug volledig verkend en toen bleef er alleen nog maar de piratenbaai over, de plaats die Kielhaal Katrina gebruikte om er met haar schip aan te meren na hun talrijke plundertochten:

Mijn A

Piratenbaai

De ingang van de baai werd beschermd door een magisch zegel dat de volledige doorgang belemmerde, maar met wat goed gecoördineerd prutswerk konden ze hier over zonder iedereen in de grot te alarmeren. Als eerste werd de grote tent onderzocht en stapten ze er voorzichtig binnen. “Ik denk dat ze slapen!” riep Brecht tevreden in het oor van Gareth, waarna deze bevinding al snel ongeldig verklaard werd. Het ontaarde in een fijne knokpartij waarbij één van hen uiteindelijk naar het schip rende en iedereen aldaar op de hoogte bracht van de aanwezige indringers.

Na het onderzoeken van een schatkist in de grote tent bleken daar wat sabels en een kaart in te zitten:

Khum Aram

Zonder hier verder veel tijd mee te verliezen, kreeg het viertal ineens het lumineuze idee om de aan de kade opgestelde kanonnen aan te wenden om het enthousiasme op het schip wat te luwen. Een kanonskogel raasde over het dek en bedierf er het plezier van althans één smokkelaar. Om aan deze leuke bezigheid nog geen einde te maken ging Moebius even de sabels uit de schatkist halen terwijl Gareth en Brecht het kanon opnieuw gebruiksklaar maakten met buskruit en een nieuw lont.

Poot ging ondertussen alle in kooien opgesloten aapjes, vogels, panters en andere dieren in de grot bekijken om deze te proberen bevrijden. Wie weet hoe lang de dierenbeulen deze reeds opgesloten hielden: alle leken hongerig en enorm angstig. Tevens zat er een landhaai in één van de kooien, waarbij de bodem ervan verstevigd was met een dikke metalen plaat.

Toen Moebius met de sabels terugkwam fonkelden de oogjes van Brecht al vol verwachting en snel werden deze in het geladen kanon gepropt. Moebius riep nog even naar het schip: “Kielhaal Katrina! Geef je over of we…” maar de rest van zijn zin werd gesmoord door een oorverdovende knal omdat Brecht niet wou dat Katrina zich alsnog zou overgeven en hem dit plezier ontnam. Stukken van sabels vlogen alle kanten uit en een paar scheerden zich een weg over het wateroppervlak om zich met een droge ‘ploink’ in het hout van het schip vast te zetten. “Wat een stel gekken!” riepen enkele panische stemmen vanop het schip.

Omdat dit zo verdomd leuk was, holden ze vlug naar het andere kanon en ja hoor, ook daar zat er een kanonskogel in. Toen de lui op het schip merkten dat ze nog wat metaal aan hoge snelheid richting schip konden verwachten, rende de overgebleven bemanning, waaronder Kielhaal Katrina zelf, de steiger af, de kade op, richting Moebius, Gareth en Brecht… en het kanon. Wat toen gebeurde liet traantjes van geluk achter in de ogen van de helden: in een prachtige beweging werkten ze samen om het kanon te draaien en te aligneren met het aanstormende hoopje ongeregeld. Brecht schreeuwde zijn woorden van wraak uit voor de oren van het omringende gezelschap en boorde zijn vuurmanawapen in de kade net voor het lont van het kanon. De kortstondige maar hevige vonk die in zijn zwaard van pommel tot punt schoot, was alles waar de lont nog op wachtte. Er was een moment van vertwijfeling, gevolgd door paniek, zichtbaar in de ogen van iedereen in het groepje, nét voor het kanon met alle kracht zijn zware inhoud voor zich uit blies alsof het niets was. De kogel kegelde zich met enorm geweld een baan doorheen alles en iedereen en ontnam ze het laatste beetje hoop dat hen nog restte.

Kanonschot

Poot kon het spektakel vanop een afstand gade slaan en vervolgens gretig uithalen met wat onderhoudende spreuken van eigen hand. De piraten konden nog maar weinig plezier ontdekken in het hele gebeuren en binnen korte tijd bleef enkel nog Kielhaal Katrina staan, haar laatste pogingen om de bemanning moed in te spreken tevergeefs toen ze merkte dat deze al lang levenloos aan haar voeten lagen.

Ze gaf zich over, deed afstand van haar handschoenen (de ‘Handschoenen van de Geweldenaar’) en wees aan waar wat leuks te vinden was op het schip (de ‘Kruisboog der Inspiratie’). De dieren werden vrijgelaten (behalve de landhaai, die de helden iets te gevaarlijk leek) en Kielhaal Katrina werd met vastgebonden handen en voeten naar Zuiderhaven gebracht om daar door de stadswachters opgesloten te worden. Het viertal deed er hun verhaal, beschreef waar de piratenbaai en de gestolen goederen zich bevonden en kreeg een mooie beloning voor hun moeite (waar Poot echter niets van wou hebben). Het voelde goed om zo’n lastige taak tot een goed einde te hebben gebracht.

Toen ze werd weggebracht riep Katrina vol venijn in haar stem: " Groenbaard zal mij wreken!"

Comments

Episch!

Grote Kuis
 

Zalig… “van pommel tot punt”. Pakkende intro ook.

Grote Kuis
 

Naais!

Grote Kuis
Jedyte Folderol

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.