the Wild Lands

Terug naar Khûm Barak

De spookachtige dwergenvestiging

Mijn B
Na een rustige nacht kwamen Brecht, Moebius en Gareth onverwachts Korom tegen. Hij had zich kandidaat gesteld om een karavaan te begeleiden van Zuiderhaven naar mijn B. Dit was vlotjes verlopen ongeacht de wilde verhalen, zoals het rondvliegen met hippogryphen, die Korom vertelde. Na een kort gesprek bleek al heel snel dat Korom wel zin had om samen met Brecht en Moebius Khûm Barak te gaan verkennen. Gareth volgde stilzwijgend, maar lichtjes grommend.

En na een stevige wandeling noordwaarts over de liefdelove heuvels, stootten ze op een rivier met vlak erachter een mesa. Ze volgden de rivier stroomopwaarts en kwamen nog een tweede mesa tegen. Vol verwachting volgden ze de glooiingen van de rivieren en kwamen uit op Khûm Barak.

Khûm Barak
De rivier kwam uit een kleine opening in de rotswand binnenin de grot. Erlangs liep een pad dat uitkwam op een zeer brede en hoge gang (wel 5 karren breed!) gestut door pilaren en vaag verlicht met olielampen. Het viertal kreeg de kriebels toen ze iets verderop een grote deur openduwden en afdaalden in de hoge gangen. Ze staken wat licht aan en vonden op de grond de lijken van drie goblins. Hun ogen waren wijdgesperd en hun mond stond ver open. Ze leken echt in doodsangst gestorven te zijn. Wie of wat zou dit gedaan hebben? Die goblins waren nochtans tot op de tanden gewapend! Terwijl Gareth de lijken doorzocht op waardevols, kreeg Brecht toch een slecht gevoel en spoorde iedereen aan om zich voor te bereiden op wat kan komen.

Ze volgden verder de brede gang en kruisten een andere brede gang die aan beide zijden lichtjes afweek alsof het ganse complex cirkelvormig was uitgehouwen. En in die gang waren allemaal deuren en ramen. Het leek wel een kleine ondergrondse stad. Toen ze de kamers op de hoeken van het kruispunt doorzochten, werd al snel duidelijk dat die gebouwen millenia oud waren. Maar omdat al die wapenrekken en kasten en bedden overhoop lagen, deed dit toch vermoeden dat dit recent was leeggeroofd. Wat vooral opviel, was dat doorheen veel van die kamers grote pijpen liepen. In sommige kamers stonden ook machines waarop de pijpen uitkwamen, maar hieraan was geen opening, knop of hendel te bespeuren. Zijn dit transport-pijpen? Of misschien voor rooksignalen? Een centrale verwarming misschien? Buiten een vont waaronder een deel van die buizen toekwamen en waarin wat as lag, was er in de kamers niets te vinden.

Op hun hoede, maar vastberaden, gingen volgden ze de grote gang verder rechtdoor.
Wat ze toen ontdekten, was machtig om te bewonderen! Een grote cirkelvormige hal met een koepelvormig plafond. Op de grond lagen talloze pijpen die afdaalden naar het midden van de hal en uitkwamen in een afgesloten rond gebouw.

Gf

Hoewel nieuwsgierig bij dit gebouw, besloten ze het pad verder te volgen omdat eerst informatie verzamelen hen toch belangrijker leek. En ze hadden nog maar enkele stappen gezet of plots hoorden ze een gekrijs en gekletter! Een grote bende goblins kwam op hen afgestormd en passeerde de groep rakelings! En als gladde adders wisten ze allemaal te ontkomen.
Waarom liepen die zo hard weg? Welk beest zou hen zo de daver op het lijf gejaagd hebben??

Met een klein hartje besloten ze toch verder op verkenning te gaan en kwamen zo uit op een zeer groot gebouw dat langs beide zijden van de hal meevormde en in het midden een mooie ceremoniële trap met bovenaan een bombastische dubbele poort. Met z’n tweeën openden ze één helft van de poort en plots werd er één van de fakkels uitgeblazen door een frisse wind. Opnieuw kregen ze de rillingen van deze plek! Het leek wel of ze al die tijd gevolgd werden!

Achter de poort lag een zeer grote versierde hal met trappen en gewelven. Maar uit vrees kozen ze toch voor de diensteningang langs de zijkant van het gebouw.

Plots verschenen er drie nevelachtige gestaltes uit het niets! Ze hadden een mensachtige/dwergachtige gedaante met zeer droevige ogen. De middelste had zeker iets vrouwelijks. Ze leken te verdwijnen en te verschijnen, alsof ze niet echt daar waren!
De Banshee gilde zo hard dat we bijna allemaal tegen de muur werden geslingerd. Enkel Brecht wist de kreet te weerstaan en sloeg met zijn zwaard fiers naar het dichtstbijzijnde spook. Hoewel hij er zo hard op sloeg, leek het wel of deze verschijningen ongedeerd bleven! Bovendien namen ze steeds het lichaam over van ons viertal!
Het werd een strijd op leven en dood. Ons viertal moest echt alles op alles zetten, wilden ze dit overleven! De moed van Brecht zonk hem echt tot in zijn schoenen terwijl hij wild bleef rondslaan. “Dit overleven we niet!” kreunde Brecht, “ik heb al mijn macht gebruikt tegen deze wezens!”. “We moeten maken dat we hier wegkomen”, dacht Moebius. Hoewel hij bijna steeds bezeten was door één van de spoken, deed hij moedig zijn best op de anderen in leven te houden. “Die dingen lijken wel onoverwinnelijk” vreesde Gareth. De spanning was te snijden! En net toen ze het op een rennen wilde zetten, gaf Korom de genadeslag aan één van de spoken. “WARDEN’S FURY!” schreeuwde hij, en het spook verdween.
YES. DIT IS HAALBAAR!” schreeuwden ze in koor.
Met nieuwe hoop stormden ze allemaal op de vrouwelijke banshee. Deze werd langs alle kanten belaagd. Uiteindelijk werd ze overmeesterd na een donderende charge van de minotaur . “Dit gaan we afronden! Die laatste moet eraan!” brulde Korom. Moebius probeerde Korom nog te stoppen, want het ging niet echt zo goed meer met Korom. Dit had hem wel eens het leven kunnen kosten. Maar dat hield Korom niet tegen. Na nog een spannende slag wist wederom Korom het laatste spook de genadeslag toe te brengen.

Uitgeput van de strijd gingen ze in stilte terug naar mijn B.

Comments

Die Korom toch hé! ;-)
Mooi geschreven!

Terug naar Khûm Barak
Jedyte Kevin1979

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.