the Wild Lands

Terug naar Khûm Barak
De spookachtige dwergenvestiging

Mijn B
Na een rustige nacht kwamen Brecht, Moebius en Gareth onverwachts Korom tegen. Hij had zich kandidaat gesteld om een karavaan te begeleiden van Zuiderhaven naar mijn B. Dit was vlotjes verlopen ongeacht de wilde verhalen, zoals het rondvliegen met hippogryphen, die Korom vertelde. Na een kort gesprek bleek al heel snel dat Korom wel zin had om samen met Brecht en Moebius Khûm Barak te gaan verkennen. Gareth volgde stilzwijgend, maar lichtjes grommend.

En na een stevige wandeling noordwaarts over de liefdelove heuvels, stootten ze op een rivier met vlak erachter een mesa. Ze volgden de rivier stroomopwaarts en kwamen nog een tweede mesa tegen. Vol verwachting volgden ze de glooiingen van de rivieren en kwamen uit op Khûm Barak.

Khûm Barak
De rivier kwam uit een kleine opening in de rotswand binnenin de grot. Erlangs liep een pad dat uitkwam op een zeer brede en hoge gang (wel 5 karren breed!) gestut door pilaren en vaag verlicht met olielampen. Het viertal kreeg de kriebels toen ze iets verderop een grote deur openduwden en afdaalden in de hoge gangen. Ze staken wat licht aan en vonden op de grond de lijken van drie goblins. Hun ogen waren wijdgesperd en hun mond stond ver open. Ze leken echt in doodsangst gestorven te zijn. Wie of wat zou dit gedaan hebben? Die goblins waren nochtans tot op de tanden gewapend! Terwijl Gareth de lijken doorzocht op waardevols, kreeg Brecht toch een slecht gevoel en spoorde iedereen aan om zich voor te bereiden op wat kan komen.

Ze volgden verder de brede gang en kruisten een andere brede gang die aan beide zijden lichtjes afweek alsof het ganse complex cirkelvormig was uitgehouwen. En in die gang waren allemaal deuren en ramen. Het leek wel een kleine ondergrondse stad. Toen ze de kamers op de hoeken van het kruispunt doorzochten, werd al snel duidelijk dat die gebouwen millenia oud waren. Maar omdat al die wapenrekken en kasten en bedden overhoop lagen, deed dit toch vermoeden dat dit recent was leeggeroofd. Wat vooral opviel, was dat doorheen veel van die kamers grote pijpen liepen. In sommige kamers stonden ook machines waarop de pijpen uitkwamen, maar hieraan was geen opening, knop of hendel te bespeuren. Zijn dit transport-pijpen? Of misschien voor rooksignalen? Een centrale verwarming misschien? Buiten een vont waaronder een deel van die buizen toekwamen en waarin wat as lag, was er in de kamers niets te vinden.

Op hun hoede, maar vastberaden, gingen volgden ze de grote gang verder rechtdoor.
Wat ze toen ontdekten, was machtig om te bewonderen! Een grote cirkelvormige hal met een koepelvormig plafond. Op de grond lagen talloze pijpen die afdaalden naar het midden van de hal en uitkwamen in een afgesloten rond gebouw.

Gf

Hoewel nieuwsgierig bij dit gebouw, besloten ze het pad verder te volgen omdat eerst informatie verzamelen hen toch belangrijker leek. En ze hadden nog maar enkele stappen gezet of plots hoorden ze een gekrijs en gekletter! Een grote bende goblins kwam op hen afgestormd en passeerde de groep rakelings! En als gladde adders wisten ze allemaal te ontkomen.
Waarom liepen die zo hard weg? Welk beest zou hen zo de daver op het lijf gejaagd hebben??

Met een klein hartje besloten ze toch verder op verkenning te gaan en kwamen zo uit op een zeer groot gebouw dat langs beide zijden van de hal meevormde en in het midden een mooie ceremoniële trap met bovenaan een bombastische dubbele poort. Met z’n tweeën openden ze één helft van de poort en plots werd er één van de fakkels uitgeblazen door een frisse wind. Opnieuw kregen ze de rillingen van deze plek! Het leek wel of ze al die tijd gevolgd werden!

Achter de poort lag een zeer grote versierde hal met trappen en gewelven. Maar uit vrees kozen ze toch voor de diensteningang langs de zijkant van het gebouw.

Plots verschenen er drie nevelachtige gestaltes uit het niets! Ze hadden een mensachtige/dwergachtige gedaante met zeer droevige ogen. De middelste had zeker iets vrouwelijks. Ze leken te verdwijnen en te verschijnen, alsof ze niet echt daar waren!
De Banshee gilde zo hard dat we bijna allemaal tegen de muur werden geslingerd. Enkel Brecht wist de kreet te weerstaan en sloeg met zijn zwaard fiers naar het dichtstbijzijnde spook. Hoewel hij er zo hard op sloeg, leek het wel of deze verschijningen ongedeerd bleven! Bovendien namen ze steeds het lichaam over van ons viertal!
Het werd een strijd op leven en dood. Ons viertal moest echt alles op alles zetten, wilden ze dit overleven! De moed van Brecht zonk hem echt tot in zijn schoenen terwijl hij wild bleef rondslaan. “Dit overleven we niet!” kreunde Brecht, “ik heb al mijn macht gebruikt tegen deze wezens!”. “We moeten maken dat we hier wegkomen”, dacht Moebius. Hoewel hij bijna steeds bezeten was door één van de spoken, deed hij moedig zijn best op de anderen in leven te houden. “Die dingen lijken wel onoverwinnelijk” vreesde Gareth. De spanning was te snijden! En net toen ze het op een rennen wilde zetten, gaf Korom de genadeslag aan één van de spoken. “WARDEN’S FURY!” schreeuwde hij, en het spook verdween.
YES. DIT IS HAALBAAR!” schreeuwden ze in koor.
Met nieuwe hoop stormden ze allemaal op de vrouwelijke banshee. Deze werd langs alle kanten belaagd. Uiteindelijk werd ze overmeesterd na een donderende charge van de minotaur . “Dit gaan we afronden! Die laatste moet eraan!” brulde Korom. Moebius probeerde Korom nog te stoppen, want het ging niet echt zo goed meer met Korom. Dit had hem wel eens het leven kunnen kosten. Maar dat hield Korom niet tegen. Na nog een spannende slag wist wederom Korom het laatste spook de genadeslag toe te brengen.

Uitgeput van de strijd gingen ze in stilte terug naar mijn B.

View
Sightseeing

Mijn B

De volgende morgen was Moebius, samen met nieuweling Poot al vroeg uit de veren. De rest had er duidelijk minder zin in en verkoos in Mijn B te blijven.

Daar dit de groep danig verzwakte, stelde Moebius voor om Gareth te gaan halen in Zuiderhaven. “Wie zeg je?” vroeg Poot verbaasd. “GARETH!” riep Moebius. Waarop hij prompt achter zich een bekende stem hoorde zeggen “Riep je mij, Moebius?”.
Wis en waarachtig, daar stond Gareth. “Beste man, je komt als, euh, geroepen” zei Moebius. Gareth vertelde dat hij met een karavaan vanuit Zuiderhaven was meegereisd omdat ze hem hadden ingehuurd als bescherming.

Na de introducties besloten de twee om Poot eens een rondleiding te geven op dit continent, althans wat er al van ontdekt was.
Het trio zette dus de tocht in naar het Oord des Levens, daar Poot veel interesse vertoonde in deze mysterieuze plaats.

Perelgaards Pas (1)

Ze namen wederom Perelgaards Pas, en hielden even halt bij het standbeeld. Daar viel hen iets op dat ze nog niet eerder gemerkt hadden, namelijk dat de plakkaat van het standbeeld met geweld verwijderd was. Iets om eens nader te onderzoeken dus.

Halfweg door de pas hoorden ze plots tumult. Bij nader onderzoek bleek dit een karavaan te zijn die door 3 Donderhaviken belaagd werd. Na een intens gevecht kwamen ze te weten dat de karavaan op weg was naar Zuiderhaven. Dat kwam natuurlijk goed uit, en nadat ze elk als dank nog 5 GP hadden ontvangen, werd de tocht verder gezet.

Zuiderhaven

Niet ver van Zuiderhaven werden ze echter toch nog verrast door de beruchte Kleine Blauwe Draakjes, die er met een dolk van een van de karavaanwachters en wat geld van Moebius vandoor gingen. De Draakjes waren echter veel te snel om te kunnen volgen, en vluchten dan ook snel weg, echter niet zonder enige emotionele schade van het vele gevloek van Moebius.

Aangekomen in Zuiderhaven ging Moebius nog even shoppen in het zeemansgedeelte van Zuiderhaven en kwam terug met een uitschuifbare telescoop. Daar de tocht toch wel vermoeiend gebleken was, werd er beslist te overnachten in Zuiderhaven.

Nederjungle

De volgende morgen werd er dus naar het Oord des Levens getrokken, alwaar Poot zich tegoed deed aan het vitaliserende water. Omdat hij toch ook wel nieuwsgierig was naar het Utrayi-volk, gingen ze voorzichtig een kijkje nemeen aan het dorp.
Moebius bleek echter niet voorzichtig genoeg en prompt sprong een horde Utrayi de Jungle in. Daar ze de Utrayi niet wilden decimeren, sloegen Gareth en Moebius op de vlucht terwijl Poot in zijn beestvorm de inboorlingen afleidde.

Perelgaards Pas (2)

De bergwand volgend kwam het drietal terug uit op Perelgaards Pas en volgden opnieuw het pad de berg op. Plots hoorden ze echter een raar geluid. Ze verstopten zich zo goed als ze konden, maar de wezens konden blijkbaar het angstzweet (of iets anders) van Poot ruiken, en plots stonden ze oog in oog met 3 Hippogriffen.
Het drietal dacht dat hun laatste uur geslagen had en vocht met ware leeuwenmoed, en deze adrenalinestoot leverde hen na een beproevend gevecht uiteindelijk toch de overwinning op.

Dit gevecht had het drietal toch wel wat gehavend (vooral de oren hadden eraan moeten geloven), daarom werd beslist het avonturieren voor vandaag bekeken te houden en wederom nederig onderdak te verzoeken in Mijn B.

View
New Blood
"Show us what you're made of"

Zuiderhaven

Na de ontdekking van Khûm Barak keerden da avonturiers terug voor een welverdiende nachtrust.

De volgende morgen stonden ze al vroeg op om hun route naar de dwergenvestiging uit te stippelen. Terwijl ze daar druk mee bezig waren, kwamen 2 figuren vol belangstelling over hun schouder meekijken.
Dit bleken ook avonturiers te zijn, en ze wilden graag met het trio meegaan. Ze stelden zich voor als Poot, een Shifter Druid die beweerde op zoek te zijn naar een eigen plaats in de wereld, en Paul, een menselijke Ranger die simpelweg op avontuur uit is.

Er werd verteld van de plannen om de geheimen van Khûm Barak te ontdekken, en de 2 niewelingen vonden dit een prima idee. Om tijd te sparen werd besloten over de Perelgaard Pas te trekken. Eerst ging Livio nog naar Apotheker Thalius om wat verse porties gif in te slaan.

Perelgaards Pas

De groep ging zoals overeen gekomen over de Perelgaards Pas. Terwijl ze door de bergen trokken merkte Poot plots op dat er stukken rots afbrokkelden, en waarschumde meteen de rest voor lawinegevaar. Dit bleek loos alarm te zijn, maar Moebius zag in een flits wel een soort beest, maar meer dan dat het op 4 poten liep had hij niet kunnen zien.

Op alles voorbereid gingen ze verder, tot ze op een Hippogrif en 2 Donderhaviken stootten die aan het grazen waren van een bessenstruik. Poot probeerde nog om de wezens te kalmeren, maar dit mocht echter niet baten. Livio schrok en wou een pijl afvuren, maar miste en de pijl boorde zich vast in de *ahem * onderrug van Brecht.

Na een kort maar hevig gevecht waarin Paul dapper vocht maar dodelijk gewond raakte, werd het pleit beslecht door onze helden. Pauls verwondingen bleken nog mee te vallen en de tocht kon verder gezet worden. “Tsss… beginnelingen!” gromde Moebius nog. Brecht wou ook nog eens graag van de vreemde bessen proeven. Poot had ook wel honger gekregen en transformeerde plots in een Panter waarna hij zich op een van de vogelkadavers wierp en het gulzig aan stukken scheurde.

Niemand van de aanwezeige groep had eigenlijk deze plaats al doorzocht, dit was hen meegedeeld door andere avonturiers. Toen ze even later een stenen hut en wachttoren die als wachtpost ontdekten, moest deze dan ook even doorzocht worden. In de buurt waren ook nog wat grotten die als opslagplaats leken dienst gedaan te hebben. Even werd er voorgesteld om hier de nacht door te brengen, maar na het ontdekten van wat vreemde klauwsporen op de deur waarbij vooral Poot een enorm slecht voorgevoel kreeg, werd wijselijk beslist om toch maar een sprintje te trekken naar de volgende halte.

Even verderop kwamen ze nog een standbeeld tegen, waarvan ze in het snelle passeren opmerkten dat er vroeger een naamplaat opzat, en dat het een afbeelding was van Perelgaard, een wachter van Zuiderhaven die heldhaftig zichzelf had opgeofferd aan een horde Goblins zodat zijn vrienden konden ontsnappen.
Toen ze eindelijk de pas overgestoken hadden, kreeg Brecht echter een scherpe pijn in zn maagstreek. De bessen waren hem toch niet zo goed bekomen.

Mijn B

Terwijl ze zich een beetje aan het oriënteren waren, zagen ze in de verte vreemde lichtjes die ze dan ook nader onderzochten. Toen ze dichter kwamen zagen ze dat dit van een nederzetting was die Mijn B bleek te zijn. Bij het naderen boorde zich plots een pijl in de grond vast. “HALT! wie zijn jullie?!” werd er geroepen. Na zich geïdentificeerd te hebben, ward het vijftal binnengeloodst en een plaats om te slapen aangeboden. Bij het ochtendgloren, net terwijl het team verder wilde exploreren, klonk er plots hoorngeschal en werd er druk geroepen:

“Goblin Raid!”

De wachters maanden onze helden aan om een handje toe te steken, en dat lieten ze zich natuurlijk geen 2 maal zeggen! Vooral Moebius vond dit hoogst ongelegen want hij wou beslist de geheimzinnige dwergenvestiging verder onderzoeken.
De groep vormde een linie aan de poort van Mijn B en wachtte het legertje Goblins op. Hun Sjamaan deed echter een zeer dikke en vooral stinkende mist opduiken die het in de pan hakken van de Goblins er niet makkelijker op maakte.
De Goblins bleken echter niet opgewassen tegen de vastberadenheid en vooral het koude staal van de avonturiers, en nadat de meerderheid snel neerging zetten de overlevenden het op een lopen. Vastbesloten om zeker geen overlevenden van deze vileine wezens over te laten, achtervolgden onze helden hen nog (Behalve Paul, die zat ondertussen samen met de wachters van een welverdiende frisse pint zat te genieten). Ook deze laatsten werden de kling overgejaagd en als kers op de taart peuzelde Poot hen nog op.

Na de aanval informeerde Moebius nog wat rond en kwam te weten dat Mijn B eigenlijk een bedrijf was van Cassiers – Honigmann, en dat de leiding hier gegeven werd door voorman Zar Spekholzer.

Omdat Livio en Brecht het hier toch wel reuze interessant vonden, verkozen ze om hier een paar dagen te blijven.

Na nog wat rondgekeken te hebben, en natuurlijk de overwinning gevierd te hebben, besloten ze om nogmaals te overnachten in de mijn.

View
Khûm Barak
"De twee dodderige gorilla's maken we met één hand dood."

Na een rustig doorbrachte nacht naast de ravijn begeven zich Brecht, Gareth, Livio en Moebius vol goede moed op weg naar Kajaat om Lionu nog eens een bezoek te brengen. Omdat het voor Moebius de eerste onmoeting met beschaafde Utrayi zal zijn, beslist hij om vandaag een uitvoerig bad in de rivier te nemen. Ten slotte gaat niets boven de eerste indruk.
Helemaal opgedirkt trekken de vier helden opgewekt verder en zijn in gedachten al bij een lekker glaasje Uitrayi fruitwijn. “De twee dodderige gorilla’s daar in de boom maken we met één hand dood”, denken ze en beginnen te hakken en te schieten. Een derde gorilla komt zijn twee vrienden te hulp, maar ook zijn laatste uurtje heeft geslagen.
Vervolgens geraken ze zonder problemen naar Kajaat waar ze hun dorst naar kennis proberen te lessen door Lionu met vragen te bestoken. Hij vertelt dat iedereen in het dorp tussen de 10 en de 20 jaar nu hard voor de Grote Spelen traint. Deze vinden om de 10 jaren plaats en het zal binnen twee jaren weer zo ver zijn. De deelnemers moeten zichzelf bewijzen in een tiental disciplines, waaronder boogschieten, discussiëren, Og spelen, jagen en hardlopen. Alles samen duurt niet minder dan twee maanden en de winnaar zal de nieuwe prins zijn. Hij of zij mag met Vijaas op reis gaan om de wereld te verkennen. Geen verrassing dus dat de Grote Spelen minder interessant zijn voor de aanhangers van de andere Utrayi goden.
Terwijl Livio blijft vragen over het ‘hoe’ en het ‘waarom’, wil Moebius naar de smidse gaan, om nieuwe kennis over het smeden van wapens op te doen. Brecht vindt dat alles maar niks en wil gewoon een beetje in Kajaat rondzwerven. Dat mag echter niet, omdat Lionu de groep graag wil samenhouden. Wanneer Livio eindelijk beseft dat het geen zin meer heeft om verdere vragen te stellen over de prins, haalt Moebius trots zijn watermanawapen te voorschijn. Lionu bekijkt het zwaard maar met een minachtende blik en openbaart dat dit wapen gemaakt is door aanhangers van de god Aj – vijand van Vijaas. Terloops vertelt Lionu verder dat er vroeger ergens ver in het noorden een Utrayi-dorp geweest is, waar ze de god Dagara huldigden, wiens element ‘steen’ is. Het dorp was jaren geleden vernietigd en met het dorp de meerderheid van de bewoners. Om geen trieste stemming te laten ontstaan, haakt Brecht casual aan bij het gesprek met de woorden: “De laatste prins: hoe heet hij eigenlijk?” “Recali”, zegt Lionu met fiere glans in zijn ogen en Brecht, Gareth, Livio en Moebius weten dat hiermee alles gezegd is.
De gezellen beslissen om op stap te gaan naar de kust achter het gluwerdiep. Er wordt ten zuiden van Kajaat over de rivier gestoken en een pad in de jungle geslagen om de rivier te kunnen volgen. Op deze manier kan de groep mooi samenblijven. Moebius voelt zich immers vandaag in de rivier beter op zijn gemak en wil weer een eindje zwemmen. “Of dat iets te maken heeft met het watermanawapen?”, vraagt zich Gareth af, maar Moebius lijkt voor een gesprek hierover op dit moment niet vatbaar.
Aan de rand van de jungle volgen de helden de rivier niet verder, maar stappen langs de rand van de jungle. Hoe dichter ze naar de kust komen hoe rotsiger de omgeving wordt en ten noorden kunnen ze gigantische bergen over de jungle zien tronen. Deze landstreek lijkt hun interessant en ze wandelen zonder aarzeling de kust volgend richting noorden. Omdat het niet mogelijk blijkt het gebergte te beklimmen, wordt het kamp opgezet om te rusten en nieuwe inspiratie voor de volgende dag te vinden.

Terwijl Brecht, Gareth en Moebius zorgvuldig alle sporen van het kamp verwijderen, concentreert Livio zich erop om de oorzaak van het geruis te bepalen dat al de hele morgen in zijn oren kriebelt. “Daar vanachteren dondert een rivier uit de bergen naar beneden en stroomt naar noordoosten”, vertelt hij Brecht, Gareth en Moebius opgewonden en er wordt meteen beslist om deze rivier te volgen.
De gezellen stappen enkele uren zonder merkwaardige gebeurtenissen, maar als er plots aan de overkant van de rivier een dorp met een houten omheining en akkerlanden verschijnt, hebben ze allemaal een déjà vu gevoel.
“Naar de ravijn dan”, stelt Brecht voor en iedereen gaat akkoord. Ze volgen de ravijn totdat de jungle eindigt en ze op een open plek twee balista’s zien liggen. “Vreemd…”, denken ze allemaal en beslissen nog vlug de rivier een stukje in richting grote heuvel te volgen voordat ze bij de balista’s hun kamp willen opslaan. De rivier komt uit de grote heuvel en er is een opening die groot genoeg is om naast de rivier te kunnen wandelen. Livio wil vlug eens voorzichtig kijken of er iets interessants te doen valt. “De akoestiek moet hier toch geweldig zijn”, denkt hij bij zich en wandelt met een vrolijk liedje op zijn lippen een tientaal meters de heuvel binnen. Brecht, Gareth en Moebius horen van buiten zijn engelachtige gezang, besluiten dat er waarschijnlijk binnen toch geen gevaar loert en volgen Livio. Samen bereiken ze een splitsing waar de rivier rechts in een opening verdwijnt en recht voor hun een heel grote poort zichtbaar wordt. Boven de deuren staat in grote letters ‘Khûm Barak’ geschreven en Moebius herinnert zich dat ‘Khûm’ ‘dwergenvestiging’ betekent. “Barak moet een naam zijn”, mompelt hij nog terwijl hij ziet dat de deur op een kiertje staat. “Ouah, wat be ik moe”, geeuwt Gareth en iedereen vindt het een goede tijdstip om nu naar de balista’s terug te keren en een dutje te doen.

View
A Night with Lámh de an Chruinne
"Wodeddegellehietezueke!?!"

Heidens beest locatieToen Livio en Brecht de volgende morgen met slaapoogjes naar de gelagzaal sloften, zat Moebius hen al op te wachten.

“Zeg! Waar zat jij gisteren?!” riepen zij uit zodra ze de Dwerg zagen. “Ja sorry, ik had me verslapen en heb dan maar de dag gespendeerd met correrspondentie naar vrienden en kennissen. En ik heb ook nog dit coole schild gekocht, check it out!” vertelde Moebius.

Nadat zij Moebius van de laatste ontwikkelingen op de hoogte gebracht hebben, werd Gareth er nog bij gehaald en besloten ze unaniem om dat moordende monster een kopje kleiner te gaan maken.

Aangekomen in de algemene omgeving waar het mysterieuze wezen voor het laatst gesignaleerd was, doolden onze helden wat rond. Opeens zagen ze een Grote Junglekruiper een eindje voor hen opdoemen. Net voor ze de plant wouden bestormen, werd Livio plots langs achter aangevallen door een Panter. Na een tijdje knokken werd deze brutaal de kop ingeslagen, terwijl de rest van de groep zich op de plant wierp. Deze bleek taaier dan gedacht en wou zelfs Brecht herleiden tot een vers geperste smoothie. Het zat het viertal echter niet mee, want wederom werden ze langs achter aangevallen door een Panter.
Maar zoals het spreekwoord gaat wint de aanhouder, en aldus geschiedde.

Onze vrienden hadden bewust hun krachten wat gespaard om het monster aan te kunnen, en zetten dus hun tocht verder. Door de Argali rivier te volgen, kwamen ze uiteindelijk een groot ravijn en een meer tegen. Niet helemaal zeker waarheen nu te trekken, besloten onze vrienden toch maar richting het meer te trekken.

Lámh de an Chruinne

Na een gewaagde Tarzansprong belanden ze veilig op de tegenoverliggende oever, waar hen al snel een raar gevoel overviel. Het was hier verdacht stil, en er hing een rare mist. Behoedzaam slopen de helden verder.
Na een tijdje zagen ze een grote gestalte uit de mist opdoemen, die strak in hun richting keek. Geïntimdeerd door dit gigantische beest besloot het kwartet even de kat uit de boom te kijken.

Moebius was het gewacht na een tijdje echter beu, stond recht en wandelde voorzichtig naar het wezen. Hij probeerde ermee te communiceren, wat aanvankelijk geen succes leek te hebben tot hij plots een stem in zijn hoofd hoorde, afkomstig van het beest.
Een soort van stand-off ontvouwde zich hier, en terwijl Brecht en Moebius probeerden te achterhalen wat het wezen juist was, of wat zijn bedoelingen waren, gaf het beest mondjesmaat informatie, al zij het vrij cryptische.
Het voelde niet aan alsof het wezen kwaadaardig was, maar waarom dan het bloedvergieten van de “geëvolueerde” Utrayi? Volgens het wezen waren deze niet zo onschuldig als ze zich voordeden.
“Vraag hen eens het doel van hun spelen” klonk het.

Omdat verdere communicatie vruchteloos leek, keerden onze vrienden op hun stappen terug. Geen van allen voelde zich helemaal comfortabel bij het afslachten van dit schijnbaar van aard goede wezen. Ook was het niet zeker of het wel het wezen zou zijn dat afgeslacht zou worden bij een gevecht.
Op de terugweg werd besloten eerst meer informatie van de Utrayi in te winnen alvoren volgende stappen te ondernemen. Het kamp werd opgezet, en bij een gezellig kopje thee werd een strategie besproken.
Het zou een belangrijke dag worden morgen…

View
Kajaat
"Dood aan Lámh de an Chruinne!"

“Daar zijn ze!”, fluisterde Brecht en de drie probeerden zich ineens enorm casual te gedragen. Het was alsof de tijd even stilstond. Ze stonden – of beter gezegd, zaten – oog in oog met enkele mensachtige wezens met een vaalgroene huid die net de visserij betreden hadden. Deze leken een beetje op Utraiyi, maar eigenlijk ook weer niet: deze waren veel groter, zo groot als mensen en achter de blikken die hen nauwlettend aanstaarden, leek een zekere intelligentie schuil te gaan die ze niet gewoon waren van de Utraiyi zoals tot nu toe tegengekomen. De volgende secondes zouden enorm beslissend zijn…

Langs de Argali

Route to kajaatLivio, Brecht en Gareth hadden zich die morgen voorgenomen om langs de Argali naar het noorden te trekken, de Grote Jungle in. Het was een vermoeiende tocht die ook nog eens gehinderd werd door enkele Utraiyi die hen blijkbaar tot avondeten uitgeroepen hadden. Onder het motto “niets zegt zo hard ik-moet-je-niet als een zwaard op je kop” gingen de helden hard tekeer tegen de Utraiyi.

Toen een van hen zich ook nog eens wou verstoppen was Brecht het beu, draaide zich om, boog voorover, trok zijn broek naar beneden en begon aan een obsceen tafereel wat hen hopelijk heel wat zoekwerk tussen de bosjes zou besparen. Al vlug kwam een reactie in de vorm van een pijl richting Brechts duistere vallei en al vlug werd ook de laatste Utraiyi geveld.

De visserij

De situatie terug volledig onder controle, trokken de helden verder de Grote Jungle in, de Argali volgend, tot aan een splitsing van de rivier. Iets verderop langs de tak naar het noordwesten zagen Livio, Brecht en Gareth netten in de rivier hangen en op de andere oever was een groot deel van de jungle weggehakt. Op de open plek stonden enkele kisten en tonnen die vol vis bleken te liggen.

Iets daarna kwamen twee mensen – dat leken ze althans op het eerste zicht – de gevangen vis verzamelen en namen enkele kisten terug met zich mee. Ze bleken echter een vaalgroene huid te hebben en leken wat op Utraiyi, maar dan groter van gestalte en blijkbaar veel intelligenter. De taal die ze spraken verstonden we niet maar leek een héél klein beetje op Utraiyi. De drie helden besloten ze uiterst voorzichtig te volgen langs het pad dat vanaf de visserij naar het oosten vertrok.

Kajaat

Toen de dichtbegroeide jungle na lange tijd sluipen plaats maakte voor een imposant, uitgestrekt zicht op een stad, omringd door een houten palissade met vele door wachters geflankeerde poorten, stonden de drie toch wel wat perplex naar deze nederzetting (wel half zo groot als Zuiderhaven) te staren. Ten oosten van de stad zagen ze akkers aan een kleine rivier, hoogst waarschijnlijk de kleinere afsplitsing van de Argali die ze daarnet rechts van zich hadden laten liggen. Ze hoorden de geluiden van een smidse en zagen vele gebouwen in de omsloten stad, vele uit hout, maar ook sommige opgetrokken uit een vreemd zwarte steen. De stad leek te bruisen van leven en de bevolking werd op enkele honderden inwoners geschat.

Na wat overleg kwam het voorstel om naar de visserij terug te trekken en te wachten tot enkele van hen terug wat vis zouden komen halen. Zonder enig idee wat van dit volk te verwachten, leek dit de beste strategie: indien ze agressief werden en ze aanvielen, konden de drie helden nog altijd snel ontsnappen – iets wat minder slaagkansen leek te hebben indien ze de stadswachters zouden gaan begroeten. En zo leken ze – ogenschijnlijk heel causual natuurlijk – op de open plek aan het uitrusten te zijn toen voor de allereerste keer contact maakten met enkele van deze mensachtige wezens: een vijftal ervan waarbij één van hen een kar voortgetrokken door een varken begeleidde. De volgende secondes zouden enorm beslissend zijn…

Na enkele ogenblikken elkaar aan te staren en zonder enige beweging tot agressie zei één van hen in begrijpbare taal “Kom!” en verwachtte dat we ze volgden. Brecht klopte zich op de borst en verzocht zich voor te stellen: “Brecht!”. Het antwoord hierop was “Kom! Kom!” en omdat alles tot nu toe nog in orde leek, gingen we op het voorstel in en werden we tot aan de poorten van Kajaat geleid. Vele ogen waren op ons gericht toen we even moesten wachten, ook die van verschillende Utraiyi zoals wij die reeds kenden, die werden rondgeleid door de mensachtige Utraiyi.

We bleken te wachten op de komst van Lionu: een man in een gewaad en met een staf (met vreemd kristal aan de top ervan) in de hand. Hij bleek onze taal machtig te zijn, wat alvast een meevaller leek te zijn. Hij had de kennis van onze taal van de goden gekregen, zei hij. Al vlug begrepen we dat hij gelukkig geen interesse had om ons als avondeten op te dienen in tegenstelling tot de Utraiyi die we voorheen tegengekomen waren, maar daar repten we natuurlijk geen woord over. We werden verder geleid naar een plein waar enkele banken stonden en namen hierop plaats.

Verheven Utraiyi

“Wij zijn Utraiyi die door de goden, onze redders, verheven werden”, vertelde Lionu. “Wij zijn allen Utraiyi en beschouwen het als onze taak om de niet-verlichten onder ons een helpende hand aan te bieden” en hij wees naar enkele Utraiyi zoals wij die kenden. “Onze goden heten Vijaas en Rava. Vijaas is de god van de lucht en de storm en Rava die van het vuur.” Het kristal bovenop zijn staf stond in teken van Vijaas. “Aanhangers van Vijaas scharen zich achter ideeën zoals groei en ontwikkeling”, zei hij terwijl hij wees naar verschillende jongeren die druk bezig waren met bordspellen, debatteren en andere wedstrijden. “Die van Rava kijken met een eerder passionele blik op het leven” en hij wees naar een inwoner die het gezelschap even aankeek toen hij voorbij wandelde. Hij leek een grotere innerlijke kracht, een vuur achter de ogen te hebben, dat flakkerde en hem kracht gaf. “Er zijn er ook van ons die afdwalen en slechte goden volgen. Met hen hebben we geen medelijden!”, zei hij terwijl hij met zijn hoofd schudde.

Ook kwam trouwens aan het licht dat Isambard Samul hier ook reeds enkele jaren geleden geweest was en het vuurmanawapen dat Brecht nu in zijn bezit had, hier vandaan bleek te komen. De kwaliteit een aanblik van hun wapens was immers gelijkaardig.

Heidense Beesten

Lionu wist ons ook te vertellen dat in het noorden, nabij de Vuurpoelen, de Rode Piek is, het heiligdom van Rava. In het oosten, aan de zee achter het Gluwerdiep, was de Blauwe Piek, het heiligdom van Vijaas (correctie: de Blauwe Piek is niet het heiligdom van Vijaas en het is zelfs niet zeker dat de Blauwe Piek zich daar bevindt). Lionu wou hier echter weinig over kwijt omdat we zijn vertrouwen nog niet genoeg gewonnen hadden. Om dit vertrouwen te sterken deed hij ons echter het volgende voorstel: “Onze steden en omringende gebieden worden geteisterd door Heidense Beesten”, die hij binnensmonds Lámh de an Chruinne noemde, “en één van hen werd al een paar keer gezien ten westen van hier, als je aan de visserij de Argali naar het noordwesten volgt. Velen van ons zijn reeds door hun toedoen gestorven en zij die niet besloten te vechten tot de dood en het geluk hadden te kunnen ontsnappen vertellen de meeste gruwelijke verhalen: deze Heidense Beesten lijken van gedaante te kunnen veranderen, soms zijn het enorme moordende panters, soms gruwelijke vogels die over onze stad vliegen en met hun klauwen iemand meegraaien, maar altijd zijn ze groot, enorm sterk, agressief en bezitten ze een enorme moordlust”, zei Lionu met grote, angstige ogen. Indien we dit exemplaar dat zich ten westen van Kajaat ophield uit de weg konden ruimen en hem het hoofd ervan brengen, zou hij ons belonen met beter wapens: een betere kruisboog voor Livio en een krachtig wapen voor Gareth. Daartoe zouden de wapens die we nu bezitten hersmeed worden. Ook zou Lionu ons meer informatie over hun goden en waarschijnlijk ook over de Rode en de Blauwe Piek verschaffen.

De terugtocht

Op de terugtocht naar Zuiderhaven, stootten Livio, Brecht en Gareth op een aantal wortels die uit de jungle zich een weg baanden naar het water in de Argali. Plots bewogen deze zich en merkten de drie nog andere plaatsen op waar dergelijke wortels vol doornen boven de grond kwamen, alsook een grote plant op iets dieper in de jungle: een soort enorme, groene knop (met tanden) waar de wortels vandaan leken te komen: een Grote Junglekruiper. Tijdens het daaropvolgende intense gevecht waarbij Gareth in een stevige knuffelgreep gehouden werd door deze plant, verdween de knop plots van zijn oorspronkelijke locatie om even later te ontspruiten aan één van de andere wortels. Toen Gareth als een rijpe sinaasappel uitgeknepen werd en diens sappen een revitaliserend effect bleken te hebben op de plant werd toch maar een einde gemaakt aan deze niet-zo-liefdevolle houdgreep. Na een partijtje stevig doorhakken als losgeslagen botanisten met een passie voor snoeien, moest de plant toch het onderspit delven en konden we uiteindelijk veilig terugkeren naar Zuiderhaven om er voldaan in de Zoute Zeemeermin van een welverdiende nachtrust te gaan genieten.

View
Gluwerdiep Exploratie
"Achievement Unlocked"

s’Ochtends stonden onze helden Livio, Brecht en Moebius weer paraat om erop uit te trekken, meer bepaald het verder verkennen van het Gluwerdiep. Nadat Moebius wat olie en Brecht een zeil had aangeschaft, keerden ze weer naar het Gluwerdiep, onder een lekker non-descript weertje.

Op het Glinsterstrand trof Brecht een inktvis in een fles aan die hij persé wou hebben. Helaas had de fles geen dop, maar door snel denkwerk van Moebius werd een stukje van een voorheen waardevol geachte Quarterstaff omgetoverd tot dop voor de fles, en Brecht had er een zelfbedruipende inktvoorziening bij.

Zoals gewoonlijk staken ze de Argali-moer over door te zwemmen. “Hier moeten we toch ook eens iets op vinden, ik ben die natte voeten wel stilaan beu aan het worden” zei Moebius tegen de rest. Maar first things first natuurlijk.

Gluwerdiep

En zo zetten de het verkennen van het Gluwerdiep verder in. Het drietal zwerfde lang in de grotten, ondertussen meer bekend rakend met de vele verschillende fauna die het Gluwerdiep rijk is.
Zo leerden ze meer over de Wachtersschimmel, de Vlamamaniet en de Zegenzwam. Er werden wortels en steekjes genomen voor onderzoek. Ook werden er schijnbaar kostbare mineralen gevonden.

Na een lange omzwerming werden ze echter plots verrast door verschillende zwermen Maden. Door snel te denken werd er een Molotov ineen gestoken, alsook olie verspreid om deze moeilijk te bestrijden vijand te overwinnen.
Dit bleek echter niet zo simpel, onze helden kregen enkele zware aanvallen te verwerken waarbij Moebius bijna het loodje legde.

Na hun wonden gelikt te hebben trokken ze verder, steeds maar verder het Gluwerdiep in. Na een tijdje merkte ze dat ze nu écht wel een heel stuk ondergronds moesten zitten, de begroeiing werd anders, zelfs de lucht werd ijler.

Paddestoelenvolk

Uiteindelijk stootte het trio op een grote poel water, waar, tot hun verbazing, een aantal emmers stonden. Warempel, een teken van beschaving!

Na verder onderzoek stootten ze op wat de woonplaats van het Paddestoelenvolk leek. Gelukkig voor onze vrienden waren deze wezens in een soort trance, zittend in een kring. Terugdenkend aan het pak slaag dat hij slechts uren geleden te verduren gekregen had, maakte Moebius meteen rechtsomkeer. Iets te enthousiast echter, Brecht kon nipt verhinderen dat hij hun positie verraadde door zijn hand snel onder zijn voet te steken.
Met een pijnlijke hand sloop Brecht samen met de andere 2 terug weg. Na nog wat tunnels onderzocht te hebben kwamen onze vrienden tot de conclusie dat ze warempel heel het Gluwerdiep in kaart hadden gebracht!

Zuiderhaven

Terug aangekomen in Zuiderhaven was het tijd om wat zaken af te handelen. Moebius trok meteen naar Apotheker Talius en toonde hem trots zijn vondsten, maar werd koeltjes onthaald door de Apotheker die hem afwimpelde en zei dat hij met deze dingen niets was.

Livio had echter meer succes met het verpatsten van de geneeskrachtige Zegenzwam aan het Sint Avandra Ziekenhuis.

Brecht had ondertussen een potentieël lucratieve deal met herbergier Nolle besproken, voor de helft van de opbrengst ging Nolle akkoord dat Brecht Zegenzwam in zijn kelder zou kweken. Wat Nolle nog niet wist is dat Brecht ook Wachterschimmel in een hoekje zette. Zou hij dit te weten komen?

View
Het Gluwerdiep & Nimmerlichtwoud
Ew, it's sooo sticky!

GluwerdiepParty:

Route:

Encounters:

Opmerkingen:

  • Plakmos: wreed vervelend groen mos met rode sporofieten (kleeft enorm hard!) (nabij uitgang 4 van het Gluwerdiep en in de grot na de aardscheur)
  • Geiserboleet: geel/paarse bolvormige paddestoel (nabij: ontploft, zuur) (nabij uitgang 5 van het Gluwerdiep)
  • Nimmerlichtwoud: bovengronds, dicht begroeid dennenwoud, gegiechel (uitgang 5 van het Gluwerdiep)
View
Hossen In De Jungle

Neder jungle routesOmdat de rest van de avonturiers graag nog wat langer in bed bleven liggen na het inleveren van de piraat, besloten Livio, Brecht & Moebius dan maar er met zn drietjes op uit te trekken.

Ze besloten om opnieuw de jungle in te trekken, maar al vrij snel beseften ze dat het moeilijk oriënteren zou worden. Na enig overleg hoe ze dit zouden aanpakken, werd er geopperd van een portie verf aan te schaffen.
Ze keerden terug naar Zuiderhaven, en na enige moeite konden ze een poeder bemachtigen dat, indien gemeng met water, gebruikt kon worden als verf.

Met hernieuwde moed trokken ze opnieuw de jungle in, maar niet alvorens op een rots vlak buiten de stad een oriënteringspunt te verven, bij wijze van proef.
Aan de rand van de jungle werd een eerste kenmerk aangebracht, en naarmate ze vorderden tekenden ze regelmatig een pijl op de bomen.

Na een korte wandeling kwamen ze het platform tegen dat de Utraiyi hadden gebruikt om Zuiderhaven te kunnen bespieden. Van daaruit werd er beslist meer naar het Oosten te trekken.

Plots hoorde het drietal een vreemd gegrom. Het bleek afkomstig van een troep Bollewoggers, merkwaardig genoeg ver van hun gebruikelijke habitat, die in gevecht verwikkeld waren met Panters. Het trio besloot de afloop van het gevecht af te wachten, maar daar dachten de Bollewoggers anders over. Nadat de Panters zich een beetje teruggetrokken hadden, splitsten de Bollewoggers zich op; 2 stormden af op onze vrienden, de anderen probeerden af te rekenen met de Panters. Brecht probeerde nog een poging tot diplomatie door de naam van hun god Amod te roepen en te groeten, maar dit had het tegenovergestelde effect.
Jammer genoeg voor de Bollewoggers haalde hun aggressie weinig uit, want het groepje haalde met gemak de overwinning.

Na het bloed van hun wapens en uitrusting geveegd te hebben trokken ze verder door de jungle, waarna de deze keer op de Magische Boom stoten. Livio en Brecht waren hier al eerder geweest, en hadden zelfs al van het magische water gedronken, waardoor ze wisten dat dit gezondheidsverhogende krachten bezit. Moebius werd aangeraden ook te drinken, wat hij zich geen 2 keer liet zeggen.

Weer werd er verder getrokken, en het groepje stootte op een soort van open(ere) plaats waar er aarde was omgewoeld. Moebius herkende dit als “ketels”, rustplaatsen van wilde zwijnen. Omdat het er vele tallozen waren, werd er besloten om snel verder te trekken. Maar naar waar? Livio besloot om een beter zichtpunt te zoeken en klom als een volleerd resusaapje een boom in.
Er werd besloten om naar de watervallen te trekken, maar dit bleek moeilijker dan verwacht. Na een beetje verloren gelopen te zijn, kwamen onze helden dan uiteindelijk toch aan de watervallen, waar werd beslist van te overnachten.

’s Ochtends besloot het drietal dat ze ondertussen wel genoeg hadden van deze groene hel, en na een nieuw soort markering gekozen te hebben om te verven, namen ze de kortste weg: rechtdoor. Althans, dat dachten ze, want wederom misleidde de jungle hen. Het was echter een geluk bij een ongeluk, want nu troffen ze het pad aan dat de Utraiyi hadden gepaafd naar de Magische Boom. Na een gegeven moment verdween het pad weer, maar onze vrienden beslisten zich niet te laten kennen en dapper rechtdoor te wandelen. Het oriënteren bleef moeilijk, maar na een tijdje kwamen ze toch uit op een in onbruik geraakt kamp van de Utraiyi. Na nog wat ploeteren bereikten ze eindelijk de rand van de jungle, waar werd beslist de rest van de verf tegen verschillende bomen te kwakken, zodanig dat dit punt in de toekomst vlot herkend zou kunnen worden.

Concordia glinsterstrandHet trio had na deze omzwervingen meer zin in iets rechttoe rechtaan, en er werd geopperd om het wrak van de Concordia te inspecteren. Livio en Brecht waren wel op hun hoede, want eerder waren ze op die plaats in aanvaring gekomen met Zeeduivels, zoals de mensen in Zuiderhaven ze inmiddels hadden gedoopt.
Bij het naderen van het wrak werden ze aangevallen door een bende slome, overmoedige krabben. Er werd dan ook korte metten gemaakt met de arme beestjes.
Veel vervaarlijker bleken de Zeeduivels die de afgebroken boeg van de Concordia bewaakten. Na een stevig robbertje knokken kraaiden onze helden wederom victorie, al was de Priester Zeeduivel wel kunnen ontkomen.
Na het onderzoeken van de boeg werd er naast een redelijke portie Rum en Grog ook een waardevolle Parel gevonden.

Zeeduivel baronEr werd besloten van de rest van het halfverzonken schip te onderzoeken, maar dit leverde een venijnige verrassing op, er zaten namelijk een heleboel meer Zeeduivels in, waaronder 1 heel gevaarlijke uitziende, aan zijn 4 armen te merken.
Het drietal besloot eieren voor zijn geld te kiezen en een strategische terugtrekking te maken.
Na versterking gezocht te hebben bij Gareth, keerden ze op hun stappen terug.
Dit bleek een goede zet, want na een wederom heftig en bloederig gevecht (waarin Gareth het merendeel van de kills op zijn naam kon schrijven het mag gezegd worden) was de laatste Zeeduivel een kopje kleiner gemaakt, en hadden onze vrienden vrij spel bij het doorzoeken van het schip.

Kaart blauwe piekNaast wat goud dat in verrotte schatkisten lag te beschimmelen, vonden zij ook 2 Parels zoals de vorige, een half rot perkament dat een soort kaart bleek te zijn, met aanwijzingen, alsook een Water Mana Sabel.
Na de terugkeer naar Zuiderhaven werd (na wat discussie, sorry Gareth..) de buit eerlijk verdeeld, waarna er wat geshopt werd.
Moe maar voldaan keerden onze vrienden terug naar de herberg voor een welverdienden nachtrust, zich afvragend wat de volgende dag zou brengen…

View
Terug naar de Piratenbaai
"Arrr!"

Zuiderhaven

Na langere tijd tamzakkerig in de Zoute Zeemeermin rond te hangen en tot groot jolijt van Nolle hun zuurverdiende (of gestolen) goudstukken veel te gul uit te geven aan de uiterst beperkte keuze alcoholische dranken in deze muffe herberg aan de dokken, begonnen Lerissa, Livio en Brecht zich uiteindelijk toch aardig te vervelen. Dit voornamelijk omdat Gareth reeds meerdere dagen met een zwaar geval van moeraskoorts in Sint Avandra lag. Ze maakten zich allen heimelijk wat zorgen en geen van hen had eigenlijk het lef om er zonder hem op uit te trekken – iets wat ze natuurlijk nooit zouden toegeven of laten blijken.

De helden waren aangenaam verrast door wat vers bloed dat de Zoute Zeemeermin toen binnenstapte: Murian en Moebius. Op zoek naar avontuur, rijkdom, welwillig vrouwelijk schoon of wat dan ook waren ze net met het schip van het oude continent op Magrua aangekomen. Na het aanvankelijke scepticisme van Brecht werden ze gretig ingelijfd om mee op tocht te gaan richting de Piratenbaai. Nu ze met vijf waren, zouden ze Kielhaal Katrina misschien een kopje kleiner kunnen maken en een stevige beloning van stadswachter Ivan kunnen bekomen.

Na een kleine rondleiding doorheen Zuiderhaven gingen ze op weg richting de Lansiersbergen.

Azuren Kliffen

2011.03.18.19.00.albatrosNet buiten de stad merkte het hoopje dappere helden een drietal broedende albatrossen op die in een gemoedelijke ménage-à-trois verwikkeld waren tussen het hoge gras in de buurt van de Azuren Kliffen.

Zonder enig verpoos werd erop afgestormd en de witte vogels al gauw in enkele bloederige hoopjes pus omgetoverd om uiteindelijk trots met een tweetal eieren de tocht te kunnen verderzetten. Wat een overwinning!

Mijn A

Aangekomen in de mijn vervolgden ze resoluut de gangen richting piratenbaai. Hun voortgang werd echter wat verhinderd door een paar groot uitgevallen ratten en een zwerm kleinere exemplaren. Brecht wou een betekenisvolle band met de kleine ratjes opbouwen, maar alle energie tevergeefs bleek dat hun kleine beetjes en kneepjes toch niet zo liefkozend bedoeld waren. Diep teleurgesteld werd er dan maar korte metten mee gemaakt.

Bij de fel naar alcohol riekende wachter van de piratenbaai aangekomen, werd geopteerd om deze eerst wakker te maken en een robbertje te vechten, want er rustig voorbij te sluipen was geen interessante optie meende Livio. Nadat deze op zijn knieën viel en begon te smeken voor zijn leven, overviel Moebius ineens een grote vermoeidheid. Brecht zette een stap terug en vreesde voor moeraskoorts.

Omdat morgen weer een nieuwe dag was, beslisten de helden dat het goed geweest was. Ze bonden de smekende wachter grondig met touwen vast, staken een prop in z’n mond en haalden vervolgens allerlei interessante voorwerpen uit hun rugzakken zoals beads strings en ander rubberen vertier. Uiteindelijk sleepten ze hem terug naar Zuiderhaven om hem aldaar aan stadswachter Ivan uit te leveren, maar verzwegen in alle talen dat ze wisten waar de piratenbaai zich bevond, uit schrik om de beloning te ontlopen indien de stadswachters de baai overvielen en er grote schoonmaak zouden houden.

2011.03.18.19.00.return pirate bay

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.