the Wild Lands

Terugkeer naar het Gluwerdiep

(Placeholder)

Brecht, Livio en Gareth trekken dieper het Gluwerdiep in, krijgen moeraskoorts, testen uit hoe sterk bollewoggers zijn, ontdekken waarom Plakmos zo heet, vechten tegen een pudding die ondergronds woont, en keren naar huis met hun zakken vol zegenzwam voor Marius Aran.

View
Oversteek Perelgaards Pas

s’Ochtends komen Lerissa, Gareth, Korom en Tar samen op het ontbijt met eieren en piBwasser. Ze mijmeren een tijdje over de avonturen die ze gehoord en/of beleefd hebben. En vooral de pas in het Lansiersgebergte die s’nachts niet gebruikt mag worden, wekt de interesse bij de avonturiers op.

Maar voor ze vertrekken, gaan ze nog even langs bij meneer Marius Aran in het Sint-Avandra Ziekenhuis. Lerissa had immers een hele bos paddestoelen die ze aan hem wou laten zien. Arande bekeek de paddestoelen en lachte grimmig, “Ge hebt inderdaad vanalles mee, maar ik ben vooral op zoek naar zegenzwam en vlamammaniet. De zegenzwam groeit in bankjes tegen de wand en herken je aan zijn parelachtige look. En de vlammaniet is een gigantische oranje gestreepte paddestoel.”

Hierop gingen de avonturiers nog even langs bij apotheker Thalius waar ze enkele dosissen utraï-gif kregen op bsis van de argalbloemen die ze hem gegeven hadden.

Pas
Kort daarop vertrokken ze rechtstreeks naar het lansiersgebergte om tijdig de pas te kunnen oversteken. Door de talrijke waarschuwingen over de vermiste personen die de pas ‘s nachts overstaken, zouden ze geen risico’s nemen. Na een tijdje wandelen doorheen de Azuren Kliffen zagen ze plots tegenliggers. Het was een kleine kar beladen met zilver, voortgetrokken door 2 muilezels en bewaakt door enkele wachters. Na een kort gesprek met hen bleek dat ze van mijn B kwamen en onderweg waren naar Zuiderhaven. Korom twijfelde nog om de karavaan te overvallen, maar bedacht bij zichzelf: waarom een kleine kar overvallen als we een ganse mijn met zilver kunnen veroveren, en hij zette het idee dan ook maar uit zijn hoofd.

Bij mijn A aangekomen staan ze voor het kronkelende pad dat doorheen het Lansiersgebergte trekt.
De waarschuwing op het bord langs het pad is duidelijk “’s nachts pas niet oversteken”.
Maar hier hoefden ze nu niet bang voor te zijn aangezien het nog maar bijna middag was.
Dus trokken ze de bergen in. Het pad ging steiler en steiler, de lucht werd er iets ijler, ademen iets moeilijker, maar het zicht was fantastisch! Langs steile wanden klommen ze door tot ze plots steentjes hoorden vallen iets verderop. Lerissa ging op verkenning en zag een groot wezen met 4 poten, vleugels en een snavel. Beter bekend als een Hyppogryph. Vastberaden om de pas over te steken, stormde het viertal af op het beest, zwaaiend met hun zwaarden. Het leek wel of Gareth en Korom eten gezien hadden. Ze hakten het beest bijna in fijne schijfjes om in de pan te bakken.

Toen ze verder doorgingen op het steile bergpad, zagen ze iets verderop een wachttorentje van zo’n 4m hoog. Dit torentje bleek helemaal bovenaan de pas te staan. Daar aangekomen was er een kleine open plaats met enkele kleine overnachtingsplaatsen en enkele kleine grotten die bevoorraad waren door hout, hooi, drank,… Maar het was duidelijk dat er al lang niemand meer in de gebouwen was geweest.

Om toch tijdig de pas over te zijn, vervolgden ze hun weg. Tot er plots een vogeltje met bliksem uit z’n gat kwam aanvliegen. Lerissa was verheugd het kleine diertje te zien. De donderhavik, ook bliksemhavik genaamd, landde iets verderop op de pas, net uit het zicht. Lerissa ging wederop op verkenning en zag dat de donderhavik, samen met 2 hyppogryphs, aan het eten was.
Korom, Lerissa, Gareth en Tar probeerden ze snel te overmeesteren met een verassingsaanval, ze smeerden hun wapens in met zwaarvoetgif en utraiyi-gif en stormden erop af. Maar Korom was duidelijk niet weggelegd om zich stil te houden en geraakte ook snel gefrustreerd toen de vogels opstegen en steeds in duikvlucht kwamen aanvallen. Lerissa schoot snel op alles was bewoog tussen haar niesbuien door, Tar deed vooral veel vrolijke danspasjes (duidelijk charm of “misplaced” wrath) en Gareth nam zijn zwaard, zweerde die beesten af te maken en deed dat ook.
Na een hevige strijd waren twee vogels in de ravijn gestort en hadden ze wederom een hyppogryph in mootjes gehakt.

Uiteindelijk kwamen ze aan de andere kant van het Lansiersgebergte terug op vlakker terrein. Aan het einde van de pas stond een standbeeld. Het leek wel op een soldaat en droeg de optiteling “Perelgaard”. Het heuvelachtige landschap dat zich voor hen uitstrekte was weinig begroeid en voor hen liepen sporen die richting het westen gingen. Ten noorden van hen zagen ze in de verte iets liggen tussen twee grote heuvels. Om een beter zicht op de omgeving te krijgen, klommen ze op één van de heuvels en verderop ten noorden zagen ze kraters in de grond. Ook zagen ze dat het voorwerp tussen de heuvels een katapult was die vrij recent totaal in de vernieling werd gebracht. Ten westen van hen, iets verderop langs het Lansiersgebergte zagen ze een pallisade in een inham. De sporen bleken ook richting deze pallisade te gaan. Toen ze bij de pallisade aankwamen, zagen ze een hoge houten muur, bewaakt door wachter, boogschutters met kruisbogen en speren. Een potige dwerg, genaamd Zar Spekholzer, was de organisator van de vestiging. Die pallisade was hoognodig om mijn B (die er vlak achter lag) te beschermen tegen Goblins en groene mannekes. Zar wist nog te vertellen dat ze van geluk mochten spreken dat er vooral gevochten werden tussen die twee. Want als die allemaal hen zouden aanvallen, zou het snel gedaan zijn met het ontginnen van zilver in mijn B. Het viertal besloot te overnachten in de barakken achter de pallisade.

Na een korte nachtrust werden ze abrupte gewekt door Zar. “Jullie kwamen toch om te helpen? We worden aangevallen door Goblins en kunnen jullie hulp best gebruiken!”. Kleine, lelijke en vooral stinkende! mannetjes bestormden de poorten van de houten muur. De strijd was zo hevig dat een grote stofwolk oprees. Twee boogschutters hielpen ons viertal, maar schoten meer in hun eigen voeten, dan op de goblins. Maar de goblins waren niet opgewassen tegen de vernietigende kracht van Tar, Lerissa, Gareth en Korom. En ze legden er na een hevige strijd het loodje bij.

Vermoeid besloten ze dan terug te gaan richting Zuiderhaven en stoken de pas terug over.
Toen ze die bijna over waren, hielpen ze nog snel een kar die aangevallen werd door 2 hyppogryphs. Deze mini-karavaan begeleidden ze dan nog veilig terug tot in Zuiderhaven waar ze allemaal fijn hun bedje inkropen.

View
Het Gluwerdiep
Schimmels, paddestoelen en mossen

Zuiderhaven

2010.09.30.19.00.bovengrondsLerissa, Brecht en Gareth besloten erop uit te trekken om het Gluwerdiep te vinden, wat zich ergens aan de andere kant van de Argali Moer zou moeten bevinden volgens de vertellingen van Isambard Samul. Wat misschien vooral de interesse wekte was het feit dat Otto (de assistent van Isambard) daar het Vuurmanawapen verstopt had…

De Argali Moer

Na een fikse wandeling over het Glinsterstrand, dan langs de oostelijke oever van de Argali naar het noorden en vervolgens langs de rand van de Grote Jungle (net ten noorden van de Argali Moer) naar het oosten, zagen ze in de verte wat rookpluimpjes opstijgen. Dat bleek een nederzetting van de bollewoggers te zijn: er bevonden er zich 3 kleine en 1 grote bollewogger, maar daar hadden de helden geen zin in, dus trokken ze verder naar het oosten.

Het Gluwerdiep

Voor hen doemden de meest perfect ogende heuveltjes op, tot veel jolijt van Gareth en Brecht, die wel wat voelden voor mooi gevormde heuveltjes. De ondergrond bestond hier uit een vocht-absorberend, poreus gesteente. Tussen twee van deze welgevormde heuveltjes ontdekten ze een klein meer met een ingang tot het ondergrondse Gluwerdiep (locatie 1 op het kaartje). Al gauw wipten ze met z’n allen naar binnen.

2010.09.30.19.00.ondergronds1Brecht zijn zakje om smurrie te verzamelen voor de pippo’s van Sint Avandra bleek al gauw veel te klein, want de verscheidenheid aan soorten mossen en paddestoelen was echt fenomenaal. Ze waadden hier doorheen sporofieten die tot aan je middel stonden te wuiven in de tocht doorheen de gang. Overal groeiden kleurrijke soorten mossen en paddestoelen. De rotswand kon je niet zien: je moest je arm doorheen een dikke, glibberige laag begroeiing steken om hem te kunnen voelen. Enorm handig om mee te nemen voor in de donkere gangen, waren vooral de grote paddestoelen die een mooie blauwe (of eerder turquoise) gloed afgaven: lampkopjes.

Na een rechtse gang in te slaan en die even te volgen stapten ze plots in een tapijt van 10cm hoge, donkere paddestoelen die plotsklaps heel de gang met donkere sporen vulden zodat ze geen steek meer zagen. Men mag deze poefpaddestoelen vooral niet ‘poefpaddestoelen’ noemen, want in de volksmond heten die blijkbaar (ook) lampkopjes. Dit was blijkbaar dan de donkere, kleinere, niet lichtgevende variant die graag (*poef*) zijn sporen liet vliegen. Na wat heen en weer geloop doorheen deze vermoedelijk enorm levensbedreigende substantie kwamen ze er langs de andere kant terug uit en bleek er geen vuiltje aan de lucht. Bij een volgende splitsing zagen ze langs rechts terug wat daglicht.

Na even met de ogen te knipperen en wat te wennen aan het daglicht, bleken ze in een vallei te staan (locatie 2 op het kaartje) van hetzelfde poreuze gesteente zoals daarnet. Na wat heen en weer geloop bleek er een andere ingang te zijn die terug de ondergrond inging (locatie 3 op het kaartje) en jawel hoor, al vlug zaten de drie helden terug ondergronds.

2010.09.30.19.00.ondergronds2Na heel wat gangen door te lopen, kwamen ze in een hallucinant hard met paddestoelen gevulde, grote zaal waar een vlamamaniet stond: een enorm stevige vliegenzwam met sporen die, als je ze inademde, je tijdelijk een pak sterker maakten (+1d4 melee damage). Je moest er eerst wel eens hard op timmeren zodat ie zijn sporen losliet (DC15). Ook vonden ze aan het einde van één van de zijgangen van die grote zaal een dooie bollewogger op de grond. “Handig! Hebben wij geen werk meer mee!”, dacht Brecht en hij onderzocht vlug het met schimmels begroeide lijk. Lerissa graaide vlug naar een dikke buitel goudstukken en Brecht propte beteuterd dan maar wat mooie rode aasetende schimmels, die op het lijk groeiden, bij in zijn zakje.

In een andere grote zaal vonden ze enkele zwartgeblakerde stokken, vodden en een waterzak. Hier bleek Otto (de assistent van Isambard) zich schuil te hebben gehouden en na even in de paddestoelen aan de wand te graaien vonden ze hier het Vuurmanawapen! Een prachtige scimitar met een felrood kristal in het heft ingezet. Lerissa tuurde geconcentreerd naar het wapen en wou het niet loslaten, maar omdat ze er eigenlijk weinig mee kon aanvangen (buiten verkopen), gaf Brecht haar een berg goudstukken (losgeld), stak zijn eigen hamertje weg en zwaaide tevreden in het rond met zijn nieuwe aanwinst ([W] = 1d8, +1 attack, +1 damage, critical +1d6 fire damage, at-will power: treat all damage as fire damage, daily power: +1d8 fire damage and +5 ongoing fire damage).

Toen ze echter iets te ver naar het midden van de zaal stapten, merkten ze dat ze begonnen weg te zinken in de paddenstoelen op de grond. De ondergrond bleek hier namelijk te bestaan uit de kopjes van enorme aantallen metershoge paddenstoelen, maar de feitelijke bodem bevond zich hier enkele meters lager. Lerissa en Brecht sukkelden doorheen de paddestoelen naar beneden en belandden hier in een perfect driehoekig gevormde kamer met drie gangen.

Iets verder, in een grot met een hoger gelegen deel – Brecht vermoedde dat de gang aldaar naar het Nimmerlichtwoud voerde – botsten ze op 5 megapollen. Dit zijn grote wit-grijze, pluizige pollen die op je af komen dartelen en tegen je aan komen botsen (‘poison damage’). Als je ze kapot maakt (wat echter makkelijk gaat), spatten ze uiteen in een grote wolk (‘acid damage’). Nadat de oogjes ophielden met branden, kreeg Lerissa plots een serieuze aanval van claustrofobie en moest ze kost wat kost prompt terug naar de oppervlakte (al wisten niemand eigenlijk hoe). Ze liepen dan maar vlug een van de andere gangen in, renden voorbij een ondergrondse kloof en een wachterschimmel (*BAM!*, -5 on Stealth checks) tot ze uiteindelijk een opening naar de oppervlakte zagen.

Op een heuveltje ten midden van de Grote Jungle (locatie 4 op het kaartje) kwamen ze uiteindelijk terug aan de oppervlakte – het was al donker aan het worden – en haastten ze zich terug naar Zuiderhaven.

View
Mannen die de mist ingaan

Ontboezemingen

Na haar indigestie door een teveel aan Albatroseieren met everzwijnspek, die haar de vorige expeditie had doen missen, krijgt Lerissa een update van Brecht. Ze verneemt dat het stoffelijke overschot van Nemeia gevonden werd en nu 10 voet diep ligt. Eigenlijk had ze het kadaver liever zelf onderzocht en er daarna een vreugdevuurtje van gebrand, maar nu moest ze Brecht op zijn woord geloven dat hij geen talisman gevonden had. Weemoedig dwaalden haar gedachten af naar haar stoere Kairon, die het kleinood steeds rond zijn nek droeg, het bracht hem keer op keer geluk. Behalve op die fatale avond, toen hij tijdens zijn dansvoorstelling met Nemeia plots in elkaar stortte. Daarop doofden de lichten en toen de chaos geluwd was, bleek dat ze allebei verdwenen waren. Lerissa voelde de woede weer in zich opborrelen. Ze was ervan overtuigd dat haar liefdesrivale zich had willen wreken op Kairon, die Nemeia had afgewezen. Maar wat was er precies gebeurd? Leefde hij nog? Ze kon het Nemeia niet meer vragen. Had het dan nog zin om in de Wilde Landen te blijven? Ze overpeinsde de hele historie terwijl Brecht haar vragend aankeek. Hij had duidelijk zin om weer op avontuur te trekken. Eigenlijk stond haar hoofd er niet naar. Maar anderzijds had ze ook geen zin om terug te keren naar een leeg en eenzaam bestaan op het oude continent. Als Kairon nog leefde, zou hij haar wel weten te vinden, besliste ze. Ze had genoeg sporen achtergelaten, dus kon ze evengoed nog wat blijven en goudstukken sprokkelen.
Brecht en Gareth leidden haar mee naar apotheker Thallius, die hun Mengabladeren ondertussen had onderzocht. De bladeren bleken, wanneer ze gedroogd waren, geneeskrachtig te werken. 1 gram, of 1 blaadje per dag is heilzaam, maar meer is gevaarlijk, aangezien het goedje coma-inducerend werkt.

Ik dwaal hier rond en rond en rond

Lerissa was geïntrigeerd toen ze het verhaal over de bron des levens hoorde, en begon Brecht en Gareth de oren van het hoofd te zagen, tot ze akkoord gingen om haar mee naar het magische oord te leiden. Brecht nam kordaat de leiding en kroop regelmatig in een boom om zich te oriënteren. Hij zei steeds weer « we zijn er bijna », maar toch kon Lerissa zich niet van de indruk ontdoen dat hij geen flauw idee had waar ze waren. Na een nipt ontweken valstrik en twee hongerige panters, die Gareth aardig toetakelden, maar toch in mootjes gehakt werden, bereikten ze uiteindelijk de poel. Lerissa stortte zich in het verkwikkende water, terwijl de mannen genoegen namen met een slokje. In haar ooghoek zag ze Brecht gele veren bovenhalen en vreemde bewegingen maken. « Ik had het kunnen denken, een fetisjist », zuchtte ze.

Dikkopjes

Het drietal verliet zonder noemenswaardige problemen de jungle en trok via het Glinsterstrand, twee krabben en een aangespoeld verzopen everzwijn naar de Argalimoer. Ze waren benieuwd naar het Gluwerdiep, dat zich voorbij de moer bevindt en rijk is aan geneeskrachtige schimmels, mossen en paddenstoelen. Ze staken de Argali over en kwamen in een zompig, mistig en stinkend landschap terecht dat vergeven was van de muggen. Gelukkig konden ze zich vlot een weg banen door het riet aan de kustlijn. Ze staken een paar smalle zijarmen van de Argali over en zagen dan een eilandje met een palissade opduiken. Er was een stenen toren waar een rookpluim uit opkringelde. Op het (niet zo) vasteland waren kampen van kikker-mensachtige wezens die een hels kabaal maakten. Ongetwijfeld de Bollewoggers waar Isambard het over had. Als ze een boog rond het kamp maakten, zouden ze aan de achterkant, waar geen palissade was, een beter zicht krijgen op het eilandje. Brecht had echter last van koude rillingen en voelde zich niet zo lekker. Daarom beslisten ze terug te keren richting Argali, maar dan wat meer landinwaarts. Daar stuitten ze plots op een rookpluim met bijbehorend kamp Bollewoggers. Lerissa had wel zin in een uitdaging, om haar zinnen te verzetten en sloop op haar poezelige Tieflingvoetjes naar het kamp. Daar hing een kapotgereten tas aan een boom, die ze meegraaide. Brecht en Gareth hielden hun adem in en vergaten haast dat ze haar dekking moesten geven met hun kruisbogen, toen Lerissa voorzichtig terugsloop. Gelukkig hadden de kikkerkoppen niets in de mot. Op een veilige afstand doorzochten ze de tas en vonden in een verborgen compartiment twee bladeren uit het dagboek van Isambard. Hun favoriete auteur vertelde hen het volgende:

pagina 1:
poreus vormt het Gluwerdiep, een uitgestrekt kronkelend grottenstelsel, vol van de meest exotische schimmels en mossen, van duistere toch lichtende, van genezende tot giftige… Tijdens mijn initiële bovengrondse verkenning nam ik aan dat dit gesteente zich beperkt tot de Trappen van Barallan naast de moer, echter ondergronds strekt het zich veel verder uit. Toen ik één van de vele tunnels volgde, kwam ik zelfs uit in een mij onbekend feëeriek woud dat als het ware gehuld leek in eeuwige deemstering. Terstond kerstende ik het “het Nimmerlichtwoud”! (getekend met de initialen I.S.)
Op deze pagina is in een andere handschrift “Gluwerdiep” omcirkelt, en
er is een notitie bijgeschreven in de kantlijn: “hier vuurmana-wapen verstoppen. middelste ingang”. Ook “Nimmerlichtwoud” is onderstreept met er vlak onder “ontsnappingsroute” en “bollewoggers komen hier niet” geschreven.

pagina 2:
anders zo kranig, kloeg gisteren over last van de koude. Zelfs de volgende dag voelde hij zich geenszins beter. Zowaar erger, tijdens een handgemeen met een patrouille bollewoggers, kreeg Pepijn na een trefzekere klap nog maar amper zijn knots omhoog! Bezorgd besloot ik weder te keren en hem repoos te gunnen in het Sint-Avandra gasthuis te Zuiderhaven. De helers diagnosticeerden hem al snel als lijdende aan moeraskoorts, een nare ziekte overgebracht door het ongedierte in de moer. Gelukkig konden ze

Hieruit leidde Brecht prompt af dat hij moeraskoorts opgelopen had. Toen ze veilig aangekomen waren in Zuiderhaven, verkondigde hij dit ook meteen aan de artsen van Sint-Avandra. Zij trokken zijn deskundigheid in twijfel, wat goed te begrijpen is, maar waren niet helemaal ontevreden toen ze merkten dat hij gelijk had. Hij mocht immers een nachtje blijven en een handvol goudstukken ophoesten.

View
Gorilla in the Mist
"Oe oe oe ah ah AH AH AGH!"

Neder-Jungle

2010.09.25.16.00De volgende dag trokken Tar, Gareth en Brecht terug de Neder-Jungle in. Ze wilden een bezoekje brengen aan de watervallen om te zien of daar toevallig geen grotten achter zaten, zoniet zou dat toch wel heel verdacht zijn.

Na een uurtje stappen doorheen de jungle botsten ze op twee Utraiyi, waaronder deze keer een Utraiyi shaman, getooid met een bos veren op zijn hoofd en een staf in de hand. Om eens een andere tactiek uit te proberen, nam Brecht een van zijn gele veren, knielde neer en bood deze met twee handen boven zich uitgestrekt aan aan de Utraiyi. Deze keken wat verbaasd, maar waren verder niet echt onder de indruk. Brecht legde de veer neer op de grond en het gezelschap wandelde vervolgens gewoon rustig weg, naar het westen. De Utraiyi negeerden de veer, maar bleven ze op een afstand volgen en zodra de helden iets verder wat naar het noorden probeerden af te buigen, werden de Utraiyi wederom een pak agressiever en kwamen de weg versperren. De broze vriendschap was van korte duur want dit mondde al snel uit tot magische spreuken, hamers en zwaarden die in het rond gezwaaid werden. De shaman kon blijkbaar heel wat kunstjes, waaronder giftige doornen uit de grond doen oprijzen die zich om je heen wonden zodat je je niet meer bewegen kon, alsook groene bollen energie op je afvuren. Tussendoor kauwde ook hij even een Mengablaadje om terug wat op krachten te komen. Echter, in een mum van tijd was de rust teruggekeerd en plunderden de helden tevreden de groene lijkjes.

Utraiyi Dorp

Na even de omgeving te verkennen, kwamen Brecht, Tar en Gareth aan een pad van vele voetsporen dat (noordwest richting zuidoost) doorheen de jungle liep. Iets verder naar het noodwesten, het pad volgend bevond zich tegen de voet van het Lansiersgebergte het befaamde Utraiyi dorp bevond waar Isambard Samul reeds over sprak. De dappere helden maakten zich vlug uit de voeten en volgden het pad in de andere richting, naar het zuidoosten.

Oord des Levens

Na een tijdje stappen kwamen ze aan bij een open plek in de jungle waar een poel helder water een enorm grote boom die boven de omringende jungle uitstak, voorzag van de nodige vochtigheid. Rondom de boom was een (ceremonieel) koord gespannen en in een natuurlijke holte van de boom bevonden zich schelpen, bloemen en gekleurde veren – maar geen gele tot grote spijt van Brecht. Dit was duidelijk een heilige plaats voor de Utraiyi. Even sippen van het water in de poel bleek je leven te veranderen en je voelde je er permanent een pak beter door. Concreet: permanent 1 extra ‘ealing surge’, permanent ‘healing surge value’ +1 en je kreeg een reeds gebruikte ‘healing surge’ terug. Wat een fenomenaal effect!

Zwarte Gesloten Deur

Zonder verder oponthoud stapte het gezelschap verder naar de 4 watervallen, alwaar geen grotten te ontdekken vielen. Ook na grondige inspectie van de 5de waterval bleek zich daar geen grot achter te bevinden. “Dat is toch wel heel verdacht”, vond Brecht. Ze lieten de watervallen dan maar links liggen en trokken verder langs de rivier om het verhoogde stuk jungle-plateau te gaan onderzoeken. Bij het over de rivier heen proberen te springen belandde Brecht ongelukkigerwijze in het water beland en aan hoge snelheid was hij binnen de kortste keren uit het zicht verdwenen. Na vijf minuutjes de rivier stroomafwaarts volgend, zagen Tar en Gareth dat Brecht erin geslaagd was er aan de andere kant van de rivier uit het water te klimmen. Gezwind huppelden ze dan ook maar even over het watertje heen en kon de verkenning van het plateau beginnen. Er bleek er zich niets te bevinden, behalve veel jungle natuurlijk.

Toen ze echter de wand van het Lansiersgebergte een tijdje volgden naar het noordoosten en later naar het noorden kwamen ze plots aan een inham in het gebergte. Helemaal in de hoek hiervan bevond zich een grote blinkend-zwarte plaat die 10cm uit de wand het gebergte stak. Het leek een soort deur te zijn, maar zonder hendel of enig merkbare manier om die te openen. Deze leek niet uit steen, noch uit staal te zijn, maar uit een perfect effen, onkrasbaar materiaal. Na er met drie tegen te staan duwen, erop te kloppen, slaan en nadat Tar zich even liet gaan met enkele magische krachten (thunderwave, cold, fire) bleken alle pogingen tevergeefs. Omdat het al heel laat was, besloot het drietal voor de deur te overnachten, in de hoop dat die ’s nachts nog spontaan zelf zou opengaan. Dat deed ie echter niet…

Innige omhelzing

Toen het drietal zich rustig terug een weg baande naar het oosten, richting Argali, werden ze plots opgeschrikt door het gekrijs en gebrul van een gorilla, een enorme blok pure spiermassa, die met veel vertoon van boom to boom slingerde en het helemaal niet apprecieerde dat drie stinkende avonturiers – er bevonden zich inderdaad onvoldoende faciliteiten nabij de overnachting tegen de voet van het gebergte – zomaar zijn territorium verstoorden. Tot grote ontsteltenis nam hij luid brullend Brecht in zijn armen, drukte die hard tegen zich aan tot er wat kraakte (wat getuigde van weinig affectie) en gooide Brecht toen als een geopend (nogal groot uitgevallen) nootje snoeihard tegen Gareth aan. Beide lagen meteen op de grond. Al gauw lag Tar bewusteloos en leek het erop dat Brecht en Gareth snel gingen volgen. Met de laatste krachten bracht Brecht Tar nog op de been en zetten ze het met z’n allen zo goed mogelijk nog op een lopen, richting het geruis van de Argali rivier, die ze reeds in de verte hoorden. De gorilla timmerde een paar keer op zijn borstkas en bleef ze dicht op de hielen. Net op tijd bereikte het drietal de 1 meter dieper gelegen Argali rivier en sprongen het water in. De gorilla bleef er achter en wierp zelfingenomen de helden luid krijsend en trots nog enkele stukken fruit achterna. Uitgeput lieten deze zich gedrieën verder met het water meevoeren en bereikten zo uiteindelijk de zee. Na een vermoeiende wandeling geraakten ze in Zuiderhaven, alwaar ze allen hun wonden konden gaan likken.

View
Met alle respect vandien
R.I.P. Nemeia, Dolnar en Zuüm

Zoute Zeemeermin

2010.09.25.14.00Op de morgen van een wisselvallige dag begroetten Tar en Brecht elkaar in de Zoute Zeemeermin. Ze besloten om samen met Gareth een stapje in de Neder-Jungle te zetten en op zoek te gaan naar Nemeia, Dolnar en Zuüm die nu ondertussen al een week niet meer gezien zijn, sinds ze de jungle ingetrokken zijn. Iedereen vermoedde het ergste, maar niemand durfde het luidop suggereren.

Brecht mijmerde wat over het ongetwijfeld hilarische tafereel waarbij hij zich samen met Enna en Dolnar de tenen verrot liet knijpen door enkele krabben op het Glinsterstrand, net buiten de stad. De krabben stonden op het punt om iedereen – al dan niet bewusteloos – de zee in te sleuren, maar net op dat moment kwam Nemeia het strand opgerend en rekende al gauw af met het stelletje schaaldieren. Enkel wat cocktailsaus had ze spijtig genoeg niet meegebracht. Maar ondanks was Brecht ze nog altijd heel dankbaar voor die gezwinde interventie.

Nog vooraleer opgewekt de jungle in te trekken, wist de waard Nolle hen nog te vertellen dat er weeral 4 of 5 stadswachters spoorloos verdwenen zijn toen ze ’s nachts de Perelgaards Pas doortrokken richting Mijn B en de Liefdeloze Heuvels. Ze moesten iemand doorheen de pas escorteren, maar het volledige regiment werd nooit meer teruggezien. Lichamen worden er nooit gevonden, iedereen verdwijnt altijd zonder enig spoor na te laten. Na het zien van het bord aan de voet van het Lansiersgebergte, leek het Brecht gewoon dom om daar ’s nachts doorheen te willen trekken, zeker indien enkele voorvallen zoals deze het gevaar lijken te bevestigen. “Er zijn nu eenmaal grote gevaren waar je rekening mee moet houden en je niet onverhoeds zomaar moet wegwimpelen, en dat zeker niet op dit vreemde continent”, zo dacht hij erover en voelde weinig medelijden met de wachters die de waarschuwing volledig genegeerd hadden. Mijn B was overigens een zilvermijn langs de andere kant van het gebergte. Deze mijn is wel nog actief, in tegenstelling tot Mijn A die nu al langere tijd in onbruik vervallen is. De mijnwerkers overnachten in de mijn zelf en blijven dus in de mijn gedurende langere tijd, maar het team wordt wel regelmatig afgelost met nieuwe werkkrachten uit Zuiderhaven.

Neder-Jungle

2010.09.25.14.00.uitkijkplatformNadat allen nog even de lokale bakker een bezoekje brachten om wat brood, salami en ander beleg in te slaan voor de dag, trokken ze de jungle in. Na een twintigtal minuutjes voorzichtig stappen – waarbij ze probeerden niet te diep de jungle in te trekken, maar eerder naar het noordoosten te trekken, merkten Brecht, Tar en Gareth plots een houten platform op dat op zo’n tweetal meter hoogte tussen de stammen van een groepje bomen gebouwd was. Na even de directe omgeving af te turen, leek de locatie er momenteel verlaten bij te liggen. Op het platform bleken nog enkele fruitschillen, visgraten en primitieve pijlen te liggen. Deze rotzooi betekende dus dat de Utraiyi dit eenvoudige construct hier neergepoot hadden. Ook kon je in het verte Berg Gorgori zien: een actieve vulkaan helemaal in het noorden. Verontrustend was wel het feit dat je van op het platform een heel goed zicht had op het Glinsterstrand en Zuiderhaven iets verderop. Blijkbaar houden de Utraiyi de indringers op hun continent dus nauwgezet in de gaten. Omdat er voor de rest niets te beleven viel, trok het gezelschap vlug terug verder, deze keer pal naar het noorden, want in zee en strand hadden ze nu geen zin.

2010.09.25.14.00.utraiyiEen anderhalf uur later, dieper de jungle in, voelde Brecht plots een takje onder zijn betrouwbare stapschoenen kraken en zag nog net hoe een liaan – met het uiteinde in een lus rondom zijn voet op de grond gelegd – vliegensvlug omhoog gekatapulteerd werd. Gelukkig wist hij nog net weg te duiken vooraleer de lus zich rondom zijn voet wist aan te spannen om hem aan een rotsnelheid mee te hoogte in te hijsen. Terwijl Brecht nog even aan het bekomen was en opgelucht naar de liaan tuurde die nu vruchteloos in de lucht bengelde, suisden plots 2 pijltjes door de lucht en bleken 2 Utraiyi teleurgesteld omdat hun val niet gewerkt had zoals ze hadden gehoopt, dan maar met boog en messen het gezelschap aan te pakken. Brecht, Tar en Gareth deelden hun teleurstelling niet en verlosten ze al gauw uit hun lijden. Iets wat opviel was dat deze twee kleine geel-groene gedroogde blaadjes bij zich hadden en toen ze er zo eentje opaten, leken ze zich terug een pak beter te voelen, net vooraleer ze met hamers en zwaarden ten onder gingen aan het bloedverlies ten gevolge van hun wijd gapende wonden. Maar toch, die blaadjes leken interessant te zijn en jawel, in de buurt vonden de helden al vlug een struik vol verse blaadjes die er identiek uitzagen. Gareth doopte ze ‘ Mengabladeren’ en alle zakken werden gevuld om Apotheker Thallius er later gretig op los te laten.

2010.09.25.14.00.panterTijd om verder te trekken tot het volgende oponthoud: deze keer een zwarte panter die zijn lege maag aan het vullen was met het sappige, weliswaar half vergane vlees om de botten van (jawel) Nemeia, Dolnar en Zuüm. Al vlug werd een net over het dier geworpen en terwijl het dier nog met grote, verschrikte ogen opkeek naar de drie zwaarbewapende bruten die genadeloos hun zwaard in zijn mooie, zwarte pels plantten en met een hamer zijn schedel versplinterden, wist het dier voldoening te nemen in het feit dat het toch wel lekker gegeten had, al begreep het niet waarom dit zo genadeloos afgestraft werd. Achteraf kwamen de helden tot de conclusie dat dit dier misschien toch niet verantwoordelijk was voor de dood van hun vrienden. Voor de duidelijkheid: onder ‘vrienden’ moeten Nemeia en Dolnar verstaan worden, want Zuüm, die kende geen eigenlijk. Ze besloten de lichamen naar Zuiderhaven terug te brengen om ze aldaar in bijzijn van nabestaanden, geliefden, kennissen of louter geïnteresseerden een respectvolle begrafenis te geven: “Niemand verdient het om zomaar achtergelaten en opgepeuzeld te worden na een onfortuinlijk treffen met enkele everzwijnen”, concludeerden ze allen.

Begrafenis

2010.09.25.14.00.begrafenisVreemdgenoeg bleken de gesneuvelden geen enkel goudstuk meer op zak te hebben en dus betaalden Brecht, Tar en Gareth dan maar zonder aarzelen elk zelf hun deel van de kosten voor de begrafenis – want zo zijn ze – en die was trouwens tot in de puntjes verzorgd! Er kwamen zelfs enkele priesters van Sint Avandra aan te pas, kijk eens aan. Enkel bleken er geen nabestaanden, noch geliefden, noch kenissen, noch.. nu, eigenlijk niemand interesse te hebben in het ter aarde leggen van deze vrienden (en Zuüm). Enerzijds om de kosten toch wat te drukken en anderzijds om de wensen van de gesneuvelden te vervullen (hetzij misschien niet voor allen, dat wisten ze niet zeker), werd geopteerd voor slechts 2 graven: ééntje waarin Dolnar en Zuüm lepeltje lepeltje gelegd werden en en tweede waarin Nemeia haar eeuwige rust kon genieten. De staaf van Zuüm die met moeite uit zijn verkrampte greep ontdaan was, werd na het toedekken van het graf bovenop in de aarde geplant. “Moge zijn staaf immer trots en erect de hemel inwijzen”, zei Brecht terwijl omstaanders hem fronsend aankeken, maar hij schonk er weinig aandacht aan. De totem van Dolnar werd op de schouw in de Zoute Zeemeermin geplaatst, als aandenken aan hen die ze zijn voorgegaan, opdat hun moed nooit vergeten zou worden. Nolle keek er stilzwijgend naar, spuugde dan even in het glas dat hij vast had en poetste het verder, want er was nog veel afwas te doen. Brecht besloot de kleine, maar levensreddende handkruisboog van Nemeia aan zijn riem te hangen en voortaan zelf te hanteren wanneer nodig en haar hierdoor hopelijk eer aan te doen. Omdat Gareth opmerkte dat hij had gehoord dat de zeis van Zuüm (‘Slashmore’ genaamd) een belangrijk erfstuk van de familie Maeckpuuv was, besloten ze dit wapen bij te houden om te overhandigen aan Zwaäm, zijn broer, wanneer die zich nog eens in Zuiderhaven vertoonde. Vervolgens werd er enorm hard gefeest en vloeide er heel wat zoute grog, Sheibwasser en Pibwasser, tot veel jolijt van Nolle en zijn etablissement.

View
Verkenning van de Piratenbaai en Mijn A
"Shiver me timbers!"

2010.09.19.18.00Lerissa zit in de Zoute Zeemeermin te mijmeren over oude en nieuwe continenten, oude en nieuwe vijanden en de goudstukken in haar beurs wanneer ze opgeschrikt wordt door een koperen pot die voorzien is van een gleuf met daarachter twee grote ogen. Het blijkt Brecht Bavarois te zijn, die goed gezelschap en een nuttige bezigheid zoekt. De twee maken kennis en roddelen wat over hun mede-avonturiers. Zo vraagt Brecht onomwonden naar de gevoelens van Lerissa voor Korom en komt hij te weten dat er op het oude continent nog een man (of eerder Tiefling) in het spel is. Lerissa verandert snel het onderwerp en zo beslist het tweetal om samen met Gareth eropuit te trekken, richting Lansiersbergen. Brecht wil Mijn A gaan uitspitten, Lerissa wil eerst op zoek gaan naar Kielhaal Katrina. Volgens Brecht een geducht tegenstander, maar Lerissa is ervan overtuigd dat ze met haar vrouwelijke intuïtie haar zwakke plekken wel zal detecteren.
Alvorens Zuiderhaven te verlaten, wisselen de Brecht en Gareth nog wat vloeistoffen uit, met name zwaarvoetgif en prikkelgif.

Goed voorbereid trekken de avonturiers langs het pad noordwaarts. Wanneer ze de bergen voor zich zien opdoemen, trekken ze naar het westen, richting kust om op zoek te gaan naar piraten. Ze komen uit in de buurt van de drakengrot die eerder al werd leeggehaald. Aangezien Brecht het noorden kwijt is, neemt Lerissa het initiatief om de kustlijn verder te volgen. De snedige wind belet hen om te genieten van het mooie uitzicht op de oceaan, maar hun doorzetting wordt beloond wanneer ze een schip ontdekken in de volgende baai. Het drietal bevindt zich boven op een gewelf en heeft geen mogelijkheid om de afgrond van 15 meter te overbruggen. Onder het gewelf is vermoedelijk een piratengrot. Ze beslissen terug te keren naar het pad en verder te gaan naar Mijn A.

Die vinden ze aan de voet van het Lansiersgebergte. Het pad slingert de bergen in en er staat een gigantisch bord dat niemand echter ziet: « nooit ‘s nachts de pas oversteken » heeft iemand er in zeven haasten opgeschilderd. Mijn A is volledig vervallen en verlaten, maar Brecht is door het dolle heen dat hij zijn zin heeft gekregen, en begint alle hoekjes en kantjes uit te kammen. Hij bekijkt de houten huisjes, onderzoekt de schuur (die leeg is) en overtuigt Gareth om in een ultieme krachtinspanning een wagentje terug op de rails te plaatsen. Daarmee wil hij de dichtgetimmerde mijngang inbeuken. Lerissa merkt echter fijntjes op dat het ding veel te verroest is om het überhaupt in beweging te kunnen krijgen. Ze verwijderen de planken dan maar op de ouderwetse manier, met de hand, en ontdekken dat de planken pas recent opnieuw aangebracht werden.
2010.09.19.18.00.ondergronds
Ze begeven zich in het donkere gat en nu pas valt hun koperstuk dat ze bij hun « goede voorbereiding » beter ook aan een lantaarn hadden gedacht als ze toch van plan waren om de mijn te gaan verkennen. De gang komt uit op een zaal die uitgeeft op een kamer en twee mijngangen. Rechtdoor links een gang met rail, rechts zonder rail. De kamer aan de linkerkant is een oud kantoor met een hoop stof, verschrikte spinnen en een paar olielampjes. Brecht bekijkt elk stukje halfvergaan papier, maar wordt niet veel wijzer. Lerissa krijgt last van haar stofallergie en begint haar geduld te verliezen. Gewapend met het olielampje aan de hamer van Bavarois verkent het drietal de rechtergang. Daar stoten ze op acht kleine ratten en twee big momma-ratten. Brecht heeft het lumineuze idee om de knaagdieren aan te vallen met de olielamp, waardoor ze al snel in duisternis gehuld zijn. Gareth leidt het gezelschap terug naar de beter verlichte zaal, waar het ongedierte vakkundig in de pan wordt gehakt, maar Brecht loopt daarbij een vuile beet op die een zwarte plek achterlaat. Hij voelt zich meteen al wat minder heldhaftig.
Aangezien de rechtergang doodliep, verkennen de avonturiers nu de linkergang met de rails. Ze vinden er het skelet van een stadswachter, Jakob Hulderik. Buiten zijn identiteitskaart zonder bijbehorende kaartlezer heeft hij helaas niets (en al helemaal niets van waarde) op zak. Het drietal neemt een aftakking naar links, de gang die rechtdoor loopt, wordt niet verkend. De gang komt uit op een zaal met een verroeste lift en een steile trap.
Ze nemen de trap naar beneden. Hier is een deur naar een kleedkamer, die alweer niet veel meer oplevert dan een acute aanval van stofallergie. Er zijn vier gangen. Ze nemen de gang waar de meeste voetstappen in het stof te zien zijn. Deze gang lijkt echter dood te lopen. Brecht staart naar de rails die verder lopen tot tegen de muur. Lerissa duwt tegen deze muur en valt er los door. Optisch bedrog! Iets verder is er een doodlopende zijgang die bewaakt wordt door een luid snurkende dronkaard. Hij is gewapend met een mes, dus laten hem zijn roes uitslapen.
Wat verder is er een amateuristisch uitgehakte recente gang die afdaalt en uitgeeft op de baai. Lerissa gaat even piepen en ziet houten steigers, waar het schip van daarnet is aangemeerd. Ze zitten onder het fameueze gewelf. Er staan kisten vol koopwaar, kooien met exotische dieren, tenten met voorraden, een paar barakken, een kanon en ze kan vijf mensen bespeuren. Ze voelt een onweerstaanbare drang om even weg te glippen en in de kisten vol waardevolle snuisterijen te graaien en het kost haar al haar zelfbeheersing om hier toch niet aan toe te geven.

Omdat het al laat is, besluit het drietal te overnachten in een half ingestorte, maar stabiele mijngang. Hun nachtrust is echter van korte duur, want ze krijgen al snel het gezelschap van twee big momma-ratten en twee rattenzwermen. De krijgers zetten hun beste beentje voor in de smalle gang, maar het leven van Lerissa hangt al snel aan een zijden draadje. Ook Brecht en Gareth zijn er slecht aan toe, maar verbeten zetten ze door. Gareth verspreidt een magische gloed die het karma van de strijders verbetert en Lerissa en Brecht ertoe aanzet om hem hun liefde te verklaren. Hun vereende krachten doen de ratten uiteindelijk in het stof bijten. Na een welverdiende nachtrust voelt Lerissa zich weer zo fit als een hoentje, maar de mannen die haar beschermd hebben, voelen zich belabberd, ze hebben vuile wonden die niet zomaar genezen.

Ze keren snel terug naar Zuiderhaven, waar apotheker Thallius vaststelt dat Brecht en Gareth vuilkoorts hebben. Hij verwijst hen door naar het gasthuis Sint Avandra. Brecht is wantrouwig tegenover geneesheren met een ander geloof, maar kiest uiteindelijk eieren voor zijn geld en telt een aantal zuurverdiende goudstukken neer voor hun goede zorgen. De geneesheer wijst hen er nog op dat ze op zoek zijn naar geneeskrachtige ingrediënten uit de Argali Moer: schimmels, paddenstoelen, mossen, enz. Geïnteresseerde avonturiers kunnen zich tot hem wenden voor meer informatie.
Terwijl de mannen opgelapt worden, geniet Lerissa van een flinke portie everzwijnspek met albatroseieren.

View
Expeditie Neder-Jungle
"Oink, oink"

2010.09.18.17.30Zoals het een stel prima helden betaamt, zaten Korom, Gareth en Brecht ’s ochtends vroeg reeds in de bar van de Zoute Zeemeermin aan de dokken van Zuiderhaven. Ze bogen er zich nog wat over de 3 journaalpagina’s van Isambard Samul en kwamen tot de volgende conclusies:

  • de Utraiyi, beter gekend als ‘de groene junglemannen’, hebben magische afgodsbeelden (eromheen begint plots gras te groeien) en Isambard had ze blijkbaar iets prachtig (van ‘glanzend gehouwen erts’) afhandig gemaakt – smid Robertson zou zich dat voorwerp misschien herinneren
  • er is een Neder-Jungle, maar bijkbaar ook een Grote Jungle?
  • Otto, een elf en assistent van Isambard, had iets van hem gestolen (misschien bovenvermeld prachtig voorwerp) – dat had een zekere stadswachter Pepijn althans gezien – waarna Otto dan de Argali Moer ingevlucht is (alwaar vermoedelijk bollewoggers zitten)
  • tegen de voetheuvels van het Lansiersgebergte is een dorp van de Utraiyi, maar die waren ook Isambard ook nogal vijandig

Na wat informatie in te winnen bij Nolle en Robertson, de smid in Zuiderhaven, omtrent Isambard blijkt dat hij een nieuwsgierige, eerlijke verkenner was die er 2 jaar geleden veel op ontdekkingstocht ging, maar daarna niet meer gezien werd. Er moet nog eens met stadswachter Ivan gesproken worden om te horen of die een zekere Pepijn kent. Robertson vertelde ook nog dat Isambard hem lang geleden een prachtig wapen toonde: een gekromd kortzwaard met in het heft ervan een rood kristal. Hij vertelde dat hij geen idee had hoe dit wapen gemaakt was: het zag er niet uit alsof het gesmeed was.

Hierna vertrokken Korom, Gareth en Brecht richting Neder-Jungle om er wat frisse lucht te gaan opdoen. Na lang stappen door de dichte begroeiing, botsten ze op twee Utraiyi stamleden die blijkbaar op jacht waren. Een van hen werd zo hard onder handen genomen, dat de andere prompt en vol paniek op de vlucht sloeg naar het oosten. Na lange tijd verder stappen richting noorden, stonden 3 everzwijnen te keuvelen. Overenthousiast stapte Brecht erop af, maar het gevecht werd iedereen bijna fataal – vooral voor Gareth, die als eerste besloot om even dood-uitgeput tussen de snuivende everzwijnen te gaan neervallen.

Omdat het oriëntatiegevoel wat zoek was, besloot Korom de dichtstbijzijnde boom in te klimmen – wat in de verbaasde ogen van Brecht meer leek op het vliegensvlug oprennen van de boomstam. Even later zat hij al in de kruin te turen naar de omringende horizon. “En dat voor zo’n minotaurus?!”, dacht Brecht nog. Het noorden werd bijgesteld, maar Korom had ook een grote nevelwolk boven de bomen zien uitstijgen, er niet ver vandaan. Nadat Gareth even alleen op onderzoek getrokken was terwijl de anderen hun wonden likten, bleken er 4 watervallen te zijn die vanuit de Lansiersbergen met veel geweld op een groot bekken inbeukten. Een snelstromende rivier vertrok hier vanaf het bekken naar het noordoosten. De rand van het bekken bleek de ideale plaats om (weliswaar niet in alle rust) te overnachten.

De volgende dag trokken allen verder naar het noordoosten, langs de junglerand, de rivier vanaf het bekken volgend. Aan de overzijde van de rivier rees het Lansiersgebergte als een stenen muur op uit het water. Voor zover er sprake was van een andere oever, lag die alleszins een pak hogerop. Na even stappen kwamen ze nog een waterval tegen die van uit het gebergte in de rivier dreunde. Iets verder boog de rivier naar rechts en boog hiermee weg van het gebergte. Op het hogerop gelegen plateau aan de andere oever was ook terug jungle, maar daar kon je van hier niet veel zien.

Iets verder stond aan de zoom van de jungle weer maar eens een everzwijnen te snuiven, gelukkig deze keer alleen. Het puike plan om het everzwijn het kolkende water te laten inrennen (door net op tijd opzij te duiken), liep uit op een sisser. Maar niet getreurd: na het ondier wat toe te takelen met hamer en zwaard, bleek het toch nog een tevredenstellend plons-geluid te maken toen Brecht het levenloze beest tot over de oeverrand sleepte. “Mooi zo!”, en alleen konden terug vrolijk verder.

Na terug een bocht naar links en wat verder te stappen, bleek het plateau langs de andere kant van de rivier gezakt tot op hetzelfde niveau – later moet er daar boven toch nog eens een kijkje genomen worden. De jungle langs de andere kant bleek zo mogelijk nog heel wat dichter begroeid te zijn dan hier! Uiteindelijk monde de rivier in de Argali uit en werd besloten hier terug naar het zuiden te wandelen.

Na lang stappen kwam de zee terug in zicht. Korom, Gareth en Brecht zwommen nog even naar de zandbank, waar de Argali in de zee uitmondde en staarden van daar wat naar de Argali Moer: een zompig gebied vol dooie bomen en heel veel muggen. Mede door het feit dat het er enorm hard stonk, kon het ze op dat moment nog maar weinig boeien en vermoeid ging het gezelschap dan maar terug naar Zuiderhaven.

Terug in de stad aangekomen, gingen allen nog even een bezoekje brengen aan Apotheker Thallius, die enkele porties zwaarvoetgif had klaargemaakt op basis van de gifklieren van de pijlstaartroggen die hem gegeven waren: het effect van het gif bestaat erin dat je spieren verstrammen en je je niet meer kunt bewegen. Gareth vertelde ook wat over het prikkelgif dat hij bijhad, maar dat bleek helemaal niet zo impressionant te zijn. Tenslotte gaf Brecht Thallius nog zijn Rode Argal bloem die hij in de Neder-Jungle gevonden had om het gif ervan te laten onderzoeken.

Tevreden ging iedereen terug naar de Zoute Zeemeermin om er van een goede nachtrust te gaan genieten.

View
Romantische weekendje op jacht. (2)

De dag erop stonden onze vrienden terug vroeg op en bezochten met hun uren in de wind stinkende zak vol met vis, als eerste apotheker Thaliuuus. Hij was verwonderd dat ze maar liefst vijf roggen voor hem bijhadden. Hij ging ze direct bestuderen en zette hen buiten…. “Kom morgen terug, dan geef ik jullie een afgewerkt gif…”.

Na een stevig ontbijt van eieren en albatrossen-pastei zaten ze nog altijd met hun hoofd in de wolken. We gaan die schat opgraven! Maar dit was niet het enige waaraan Korom dacht. Hij was zeer onder de indruk van de gevechtkunsten van Larissa en had wat vreemde gevoelens voor haar.
Toen ze Zuiderhaven verlieten en overstrand wandelden, stond de zon roodgloeiend boven de oceaan, de golfjes kolfden tegen het zand en een zacht doch warme bries deed je volledig ontspannen. Beetje bij beetje ging Korom dichter bij Lerissa lopen, maar toen hij haar een hand probeerde te geven, schrok ze, duwde ze hem van zich af en brulde: “Gij omhooggevallen stuk testosteron.” Gareth kwam snel tussenbeide om de gemoederen te bedaren, maar Korom zou kunnen zweren dat hij onder die donkere mantel een kleine glimlach had gezien.

Ten slotte kwamen ze aan op de plaats van de aanduidigen: In de verte een eiland en op het strand stonden vier typerende palmbomen iets voor de wilderness, net zoals op de schatkaart.

Scannen0003

Tien passen voor de derde palmboom begonnen ze te graven en jawel hoor …. ze vonden een oude primitieve kist. Larissa bekeek het slot even en in een mum van tijd had ze de kist geopend.
In de kist vonden ze een halfvergane wambuis (vest) met oud geel-bruine ruiten, een verroeste dolk, een ijzeren zegelring waarop “Isambard Samul” stond gemarkeerd, 3 schoenveters, enkele goudstukken en 3 journaalpagina’s geschreven op perkament.
Op de gescheurde pagina’s konden ze nog volgende delen lezen:

1) … zoals andere afgodsbeelden van de Utraiyi, omgeven door een milde natuurmagische kracht, zoals daar zijn aan omliggende aarde gras doen ontspruiten en nog meer van zulke curiositeiten. Maar deze was glanzend gehouwen erts, zonder enig spoor van handwerk! Ik kan niet geloven dat deze aan hun primitieve brein ontsproten is. Ook smid Robertson bezwoer mij dat hij nimmer zulke een makelij had aanschouwd. Mijn enige hypothese nu is dat op hun jachttochten noordwaarts de Grote Jungle in een…

2) …aan kleptomane neigingen toen ik hem inhuurde! Dus al die keren was het mijn bloedeigen assistent Otto! Het schaamrood verschijnt op mijner wangen als ik denk aan die arme pachter die ik onterecht beschuldigde in Zuiderhaven. Het was Pepijn die de diefachtige elf gisternacht met zijn grijpgrage handen diep in mijn uitrusting betrapte toen hij terugkeerde van zijn wachtronde. Hij rende weg met zijn staart tussen de benen richting Argali, regelrecht de moer in. Helaas helaas! Hij had mijn recentste vondst op zak… maar ik vrees dat zonder ons de bollewoggers hem er snellen van zullen ontroven. Ach en wee, zulk een antropologische schat voor …

3) … eruit. Otto meldde ons opgewonden dat hij had ontdekt dat de Utraiyi een dorp hadden, tegen de voetheuvels van het Lansiersgebergte. Neet zoals ik verwachte! Dit lijkt me de meest uitgesproken opportuniteit om meer van diekunstvoorwerpen te verzamelen, maar met spijt in het hart ga ik hier in een wijde boog rond trekken. Ondanks mijn goede pogingen blijft hun gedrag te vaak vijandig — om van die verduivelde vallen nog maar te zwijgen. Dankzij de goede zorgen
is mijn kuit eindelijk voldoende genezen om morgen kamp op te breken en zelf verder te verkennen. Ik kan al niet wachten om te ontdekken welke nieuwe geheimen ik dieper in dit
mysterieuze continent ga aantreffen!
(getekend met de initialen “I.S.”)

Verheugd van de vondst besloten Lerissa, Gret en Krom om terug af te zakken naar Zuiderhaven, misschien kon er iemand nog meer vertellen over de journaalpagina’s. Ze gingen terug langs het strand, visten nog snel een pijlstaartrog uit het water en zagen in de verte een mast uit het water steken. Toen ze dichterbij kwamen, merkten ze dat dit de mast van de Concordia was, maar toen ze ook merkten dat er in het diepe water twee mensachtige wezens verscholen zaten waarvan er eentje enorm gespierd was en vier armen had, zetten ze het allemaal op een lopen.

Net toen ze Zuiderhaven konden zien, kwam er een gigantische krab uit het water gekropen. Ze was wel vier keer zo groot, hing vol met bling bling goud en had twee vlijmscherpe scharen.
C R A B D A D D Y !
Deze gangsta was “A real badass mofo lookin for trouble” en het werd dan ook al snel een gevaarlijke strijd waarbij Crab Daddy Gret en Krom het water probeerde in te sleuren. Maar toen Korom plots in een boom veranderde, wist de krab niet wat hem overkwam en werd hij met chirurgische precisie gefileerd door de welberuchte “Form of the willow Sentinel Attack”.

In Zuiderhaven aangekomen bezorgden ze nog snel de pijlstaartrog aan apotheker Thalius voor ze hun bed indoken.

View
Romantische weekendje op jacht. (1)

Vroeg in de ochtend in de Zoute Zeemeermin had Korom net zijn portie eieren op en was hij een vrij bizar smakend pibwasser aan het drinken, toen hij plots aangesproken werd door een zekere Tiefling, genaamd Lerissa. Ze wou op schattenjacht in een grot in de buurt en omdat het hem momenteel niet uitmaakte wat hij deed, ging hij maar al te graag in op het voorstel. Net toen ze wilden vertrekken, werden ze echter aangesproken door een donker individu die zich verborgen hield onder zijn mantel. Het enige wat aan hem opviel was een klein vreemd kettingske rond zijn nek. “Gareth Owan” introduceerde hij zichzelf. Hij wist ons te vertellen dat hij een wreker was en sterk geloofde in Melora, de godin van de wildernis. Den bospoeper… grinnikte Korom. Na even twijfelen besloten Lerissa en Krom om Gret toch mee te nemen naar de grotten.

Lerissa toonde een kaart waarop een grot in de kliffen langs de oceaan stond aangeduid, maar zelfs met de kaart bleek al snel dat het vinden van die grot geen evidentie was. Het drietal wist via een kleine omweg af te dalen op een smal strandje waar ze in de zeven meter hoge kliffen een aantal ondiepe grotten vonden. Maar het leek wel of iemand hen was voorgeweest. Ze vonden amper een oud verlaten drakennestje met erin een oude fonteinpen, wat goudstukken en een primitief jachtmes met felgekleurde veren.

Maar ze gaven zich niet zo snel gewonnen. Korom, athletisch als hij is, besloot om even de klif op te klimmen op zoek naar eieren. Maar hoewel hij daar geen eieren vond, zag hij wel dat er iets verderop heel veel vogels waren, en daalde terug af om dit nieuws te vertellen. Maar toen ze aankwamen bij de vogels, merkten ze dat ook daar reeds een aantal van de nesten was leeggeroofd! Gelukkig was er nog een nest dicht genoeg met drie heerlijk uitziende eieren. Korom twijfelde niet, hij bond één uiteinde van hun touw rond zijn middel, schreeuwde naar Larissa om het andere uiteinde vast te maken aan een boom en klom naar het nest toe. Dat de twee albatrossen, waarschijnlijk de ouders van de eieren, hiermee niet opgezet waren, kon hem niets schelen en hij greep naar de eieren. De vogels vielen hem aan als bezetenen, en terwijl Korom ze gedurig afweerde, schoten Gareth en Lerissa nauwkeurig op de vogels waardoor Korom de kans kreeg om tot boven te klimmen. Eenmaal boven was de strijd snel voorbij, Korom haalde zijn zwaard boven en onthoofde de vaderalbatros met bijna chirurgische precisie, terwijl Larissa de andere albatros aan stukken slingerde. Ze droomden al van vers gebakken eieren en albatrossen-pastei.

Terug gearriveerd in Zuiderhaven verkochten ze de eieren en de albatrossen aan de kok, die ze eerst weigerde omdat hij al méér dan genoeg eieren had ontvangen van andere avonturiers. Ik ben toch benieuwd wie ons steeds voor is, grommelde Korom, het lijkt wel competitie. Dan maar eens horen bij de apotheker Thalius, misschien heeft hij nog iets nodig. De bleke man met lang gewaad nodigde ons uit binnen te komen in zijn kamer vol met potten gevuld met bizarre planten en wezens op sterk water. Hij deed het drietal een voorstel. Als ze een aantal gifmonsters van pijlstartroggen of rode argalbloemen meebrachten, kon hij een sterk gif maken voor de avonturiers. Hierop besloot het drietal om erop uit te trekken naar het Glinsterstrand.

Na zorgvuldig een overvloed aan krabben te hebben ontweken, zagen ze in het water een pijlstaartrog vergezeld van twee krabben. Die moeten we hebben, dacht het drietal. Korom doopte de twee krabben snel tot Mark en Bieke, Gareth wou nog een huwelijk aangaan met één van de krabben, maar Lerissa zorgde al snel voor de begrafenis. Het vreemde aan heel het gevecht was dat je Gret steeds zag teruggrijpen naar die kleine ketting van hem terwijl hij iets mompelde over “Eed van vijandschap”, .... maar verder gebeurde er niets! Terwijl Korom een bloederige strijd aanging met de krabben en Lerissa op afstand keihard met haar sling alles doorboorde wat ze zag, greep Gret zijn kettingske vast, .... maar verder gebeurde er niets. Korom was wel zwaar onder de indruk van de vechtstijl van Lerissa waardoor hij al snel een boontje had voor de geduchte thiefling. Met behulp van een net sloeg ze er zelfs in om de pijlstaartrog op het droge te trekken. “Hoera! Een levende pijlstaartrog gevangen! Hier gaat Thaluis veel gif kunnen uithalen!” juichten ze, maar Gret kon het niet aanzien hoe de rog snakte naar adem en stak zijn zwaard door het hart van het arme dier. Nu ze de smaak te pakken hadden, gingen ze verder de kustlijn af op zoek naar nog meer roggen. Maar plots zag Korom iets glinsteren in het water. Het was een klein flesje met een bebloede kaart erin. Een schatkaart! We worden rijk! Ze vergeleken de schatkaart met de kaart die Larissa eerder toonde en kregen al snel een vaag idee waar de schat zich kon bevinden. Ze vervolgden hun jacht langs de kustlijn en passeerden langs een ruwe stenen structuur die op een klein eiland gelegen was. Het structureke had de vorm van een altaar en was gericht naar de oceaan, met enkele speren aan weerszijden getooid met allerlei veren. Erop lagen tal van gedode vissen, roggen en krabben… Een luguber offeraltaar. Snel grepen ze nog een mooie rog mee van het altaar en zetten ze hun weg voort.

Ze waren zo dicht bij de schat dat ze hem al konden voelen, maar hun aandacht werd weer even afgeleid toen ze in de oceaan drie pijlstaartroggen zagen zwemmen. Ze grepen die kans met open armen en stormden het water in. Maar met de viskunsten van ons trio maakten de roggen geen schijn van kans. Het leek wel op een mengeling van “al wie niet weg is, is gezien” en “tikkertje”. Kinderspel. Na een fijne dag aan het strand, begon het te schemeren. Het werd maar eens tijd dat ze terugkeerden naar Zuiderhaven. Je weet nooit wat je te wachten staat in die gevaarlijke wildernis. Daar aangekomen bleken de poorten van Zuiderhaven gesloten te zijn! Ze klopten op de deur, brulden iedereen wakker en na enig aandringen werden ze toch binnengelaten en konden ze genieten van een welverdiende nachtrust.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.