the Wild Lands

Gluwerdiep Exploratie
"Achievement Unlocked"

s’Ochtends stonden onze helden Livio, Brecht en Moebius weer paraat om erop uit te trekken, meer bepaald het verder verkennen van het Gluwerdiep. Nadat Moebius wat olie en Brecht een zeil had aangeschaft, keerden ze weer naar het Gluwerdiep, onder een lekker non-descript weertje.

Op het Glinsterstrand trof Brecht een inktvis in een fles aan die hij persé wou hebben. Helaas had de fles geen dop, maar door snel denkwerk van Moebius werd een stukje van een voorheen waardevol geachte Quarterstaff omgetoverd tot dop voor de fles, en Brecht had er een zelfbedruipende inktvoorziening bij.

Zoals gewoonlijk staken ze de Argali-moer over door te zwemmen. “Hier moeten we toch ook eens iets op vinden, ik ben die natte voeten wel stilaan beu aan het worden” zei Moebius tegen de rest. Maar first things first natuurlijk.

Gluwerdiep

En zo zetten de het verkennen van het Gluwerdiep verder in. Het drietal zwerfde lang in de grotten, ondertussen meer bekend rakend met de vele verschillende fauna die het Gluwerdiep rijk is.
Zo leerden ze meer over de Wachtersschimmel, de Vlamamaniet en de Zegenzwam. Er werden wortels en steekjes genomen voor onderzoek. Ook werden er schijnbaar kostbare mineralen gevonden.

Na een lange omzwerming werden ze echter plots verrast door verschillende zwermen Maden. Door snel te denken werd er een Molotov ineen gestoken, alsook olie verspreid om deze moeilijk te bestrijden vijand te overwinnen.
Dit bleek echter niet zo simpel, onze helden kregen enkele zware aanvallen te verwerken waarbij Moebius bijna het loodje legde.

Na hun wonden gelikt te hebben trokken ze verder, steeds maar verder het Gluwerdiep in. Na een tijdje merkte ze dat ze nu écht wel een heel stuk ondergronds moesten zitten, de begroeiing werd anders, zelfs de lucht werd ijler.

Paddestoelenvolk

Uiteindelijk stootte het trio op een grote poel water, waar, tot hun verbazing, een aantal emmers stonden. Warempel, een teken van beschaving!

Na verder onderzoek stootten ze op wat de woonplaats van het Paddestoelenvolk leek. Gelukkig voor onze vrienden waren deze wezens in een soort trance, zittend in een kring. Terugdenkend aan het pak slaag dat hij slechts uren geleden te verduren gekregen had, maakte Moebius meteen rechtsomkeer. Iets te enthousiast echter, Brecht kon nipt verhinderen dat hij hun positie verraadde door zijn hand snel onder zijn voet te steken.
Met een pijnlijke hand sloop Brecht samen met de andere 2 terug weg. Na nog wat tunnels onderzocht te hebben kwamen onze vrienden tot de conclusie dat ze warempel heel het Gluwerdiep in kaart hadden gebracht!

Zuiderhaven

Terug aangekomen in Zuiderhaven was het tijd om wat zaken af te handelen. Moebius trok meteen naar Apotheker Talius en toonde hem trots zijn vondsten, maar werd koeltjes onthaald door de Apotheker die hem afwimpelde en zei dat hij met deze dingen niets was.

Livio had echter meer succes met het verpatsten van de geneeskrachtige Zegenzwam aan het Sint Avandra Ziekenhuis.

Brecht had ondertussen een potentieël lucratieve deal met herbergier Nolle besproken, voor de helft van de opbrengst ging Nolle akkoord dat Brecht Zegenzwam in zijn kelder zou kweken. Wat Nolle nog niet wist is dat Brecht ook Wachterschimmel in een hoekje zette. Zou hij dit te weten komen?

View
Het Gluwerdiep & Nimmerlichtwoud
Ew, it's sooo sticky!

GluwerdiepParty:

Route:

Encounters:

Opmerkingen:

  • Plakmos: wreed vervelend groen mos met rode sporofieten (kleeft enorm hard!) (nabij uitgang 4 van het Gluwerdiep en in de grot na de aardscheur)
  • Geiserboleet: geel/paarse bolvormige paddestoel (nabij: ontploft, zuur) (nabij uitgang 5 van het Gluwerdiep)
  • Nimmerlichtwoud: bovengronds, dicht begroeid dennenwoud, gegiechel (uitgang 5 van het Gluwerdiep)
View
Hossen In De Jungle

Neder jungle routesOmdat de rest van de avonturiers graag nog wat langer in bed bleven liggen na het inleveren van de piraat, besloten Livio, Brecht & Moebius dan maar er met zn drietjes op uit te trekken.

Ze besloten om opnieuw de jungle in te trekken, maar al vrij snel beseften ze dat het moeilijk oriënteren zou worden. Na enig overleg hoe ze dit zouden aanpakken, werd er geopperd van een portie verf aan te schaffen.
Ze keerden terug naar Zuiderhaven, en na enige moeite konden ze een poeder bemachtigen dat, indien gemeng met water, gebruikt kon worden als verf.

Met hernieuwde moed trokken ze opnieuw de jungle in, maar niet alvorens op een rots vlak buiten de stad een oriënteringspunt te verven, bij wijze van proef.
Aan de rand van de jungle werd een eerste kenmerk aangebracht, en naarmate ze vorderden tekenden ze regelmatig een pijl op de bomen.

Na een korte wandeling kwamen ze het platform tegen dat de Utraiyi hadden gebruikt om Zuiderhaven te kunnen bespieden. Van daaruit werd er beslist meer naar het Oosten te trekken.

Plots hoorde het drietal een vreemd gegrom. Het bleek afkomstig van een troep Bollewoggers, merkwaardig genoeg ver van hun gebruikelijke habitat, die in gevecht verwikkeld waren met Panters. Het trio besloot de afloop van het gevecht af te wachten, maar daar dachten de Bollewoggers anders over. Nadat de Panters zich een beetje teruggetrokken hadden, splitsten de Bollewoggers zich op; 2 stormden af op onze vrienden, de anderen probeerden af te rekenen met de Panters. Brecht probeerde nog een poging tot diplomatie door de naam van hun god Amod te roepen en te groeten, maar dit had het tegenovergestelde effect.
Jammer genoeg voor de Bollewoggers haalde hun aggressie weinig uit, want het groepje haalde met gemak de overwinning.

Na het bloed van hun wapens en uitrusting geveegd te hebben trokken ze verder door de jungle, waarna de deze keer op de Magische Boom stoten. Livio en Brecht waren hier al eerder geweest, en hadden zelfs al van het magische water gedronken, waardoor ze wisten dat dit gezondheidsverhogende krachten bezit. Moebius werd aangeraden ook te drinken, wat hij zich geen 2 keer liet zeggen.

Weer werd er verder getrokken, en het groepje stootte op een soort van open(ere) plaats waar er aarde was omgewoeld. Moebius herkende dit als “ketels”, rustplaatsen van wilde zwijnen. Omdat het er vele tallozen waren, werd er besloten om snel verder te trekken. Maar naar waar? Livio besloot om een beter zichtpunt te zoeken en klom als een volleerd resusaapje een boom in.
Er werd besloten om naar de watervallen te trekken, maar dit bleek moeilijker dan verwacht. Na een beetje verloren gelopen te zijn, kwamen onze helden dan uiteindelijk toch aan de watervallen, waar werd beslist van te overnachten.

’s Ochtends besloot het drietal dat ze ondertussen wel genoeg hadden van deze groene hel, en na een nieuw soort markering gekozen te hebben om te verven, namen ze de kortste weg: rechtdoor. Althans, dat dachten ze, want wederom misleidde de jungle hen. Het was echter een geluk bij een ongeluk, want nu troffen ze het pad aan dat de Utraiyi hadden gepaafd naar de Magische Boom. Na een gegeven moment verdween het pad weer, maar onze vrienden beslisten zich niet te laten kennen en dapper rechtdoor te wandelen. Het oriënteren bleef moeilijk, maar na een tijdje kwamen ze toch uit op een in onbruik geraakt kamp van de Utraiyi. Na nog wat ploeteren bereikten ze eindelijk de rand van de jungle, waar werd beslist de rest van de verf tegen verschillende bomen te kwakken, zodanig dat dit punt in de toekomst vlot herkend zou kunnen worden.

Concordia glinsterstrandHet trio had na deze omzwervingen meer zin in iets rechttoe rechtaan, en er werd geopperd om het wrak van de Concordia te inspecteren. Livio en Brecht waren wel op hun hoede, want eerder waren ze op die plaats in aanvaring gekomen met Zeeduivels, zoals de mensen in Zuiderhaven ze inmiddels hadden gedoopt.
Bij het naderen van het wrak werden ze aangevallen door een bende slome, overmoedige krabben. Er werd dan ook korte metten gemaakt met de arme beestjes.
Veel vervaarlijker bleken de Zeeduivels die de afgebroken boeg van de Concordia bewaakten. Na een stevig robbertje knokken kraaiden onze helden wederom victorie, al was de Priester Zeeduivel wel kunnen ontkomen.
Na het onderzoeken van de boeg werd er naast een redelijke portie Rum en Grog ook een waardevolle Parel gevonden.

Zeeduivel baronEr werd besloten van de rest van het halfverzonken schip te onderzoeken, maar dit leverde een venijnige verrassing op, er zaten namelijk een heleboel meer Zeeduivels in, waaronder 1 heel gevaarlijke uitziende, aan zijn 4 armen te merken.
Het drietal besloot eieren voor zijn geld te kiezen en een strategische terugtrekking te maken.
Na versterking gezocht te hebben bij Gareth, keerden ze op hun stappen terug.
Dit bleek een goede zet, want na een wederom heftig en bloederig gevecht (waarin Gareth het merendeel van de kills op zijn naam kon schrijven het mag gezegd worden) was de laatste Zeeduivel een kopje kleiner gemaakt, en hadden onze vrienden vrij spel bij het doorzoeken van het schip.

Kaart blauwe piekNaast wat goud dat in verrotte schatkisten lag te beschimmelen, vonden zij ook 2 Parels zoals de vorige, een half rot perkament dat een soort kaart bleek te zijn, met aanwijzingen, alsook een Water Mana Sabel.
Na de terugkeer naar Zuiderhaven werd (na wat discussie, sorry Gareth..) de buit eerlijk verdeeld, waarna er wat geshopt werd.
Moe maar voldaan keerden onze vrienden terug naar de herberg voor een welverdienden nachtrust, zich afvragend wat de volgende dag zou brengen…

View
Terug naar de Piratenbaai
"Arrr!"

Zuiderhaven

Na langere tijd tamzakkerig in de Zoute Zeemeermin rond te hangen en tot groot jolijt van Nolle hun zuurverdiende (of gestolen) goudstukken veel te gul uit te geven aan de uiterst beperkte keuze alcoholische dranken in deze muffe herberg aan de dokken, begonnen Lerissa, Livio en Brecht zich uiteindelijk toch aardig te vervelen. Dit voornamelijk omdat Gareth reeds meerdere dagen met een zwaar geval van moeraskoorts in Sint Avandra lag. Ze maakten zich allen heimelijk wat zorgen en geen van hen had eigenlijk het lef om er zonder hem op uit te trekken – iets wat ze natuurlijk nooit zouden toegeven of laten blijken.

De helden waren aangenaam verrast door wat vers bloed dat de Zoute Zeemeermin toen binnenstapte: Murian en Moebius. Op zoek naar avontuur, rijkdom, welwillig vrouwelijk schoon of wat dan ook waren ze net met het schip van het oude continent op Magrua aangekomen. Na het aanvankelijke scepticisme van Brecht werden ze gretig ingelijfd om mee op tocht te gaan richting de Piratenbaai. Nu ze met vijf waren, zouden ze Kielhaal Katrina misschien een kopje kleiner kunnen maken en een stevige beloning van stadswachter Ivan kunnen bekomen.

Na een kleine rondleiding doorheen Zuiderhaven gingen ze op weg richting de Lansiersbergen.

Azuren Kliffen

2011.03.18.19.00.albatrosNet buiten de stad merkte het hoopje dappere helden een drietal broedende albatrossen op die in een gemoedelijke ménage-à-trois verwikkeld waren tussen het hoge gras in de buurt van de Azuren Kliffen.

Zonder enig verpoos werd erop afgestormd en de witte vogels al gauw in enkele bloederige hoopjes pus omgetoverd om uiteindelijk trots met een tweetal eieren de tocht te kunnen verderzetten. Wat een overwinning!

Mijn A

Aangekomen in de mijn vervolgden ze resoluut de gangen richting piratenbaai. Hun voortgang werd echter wat verhinderd door een paar groot uitgevallen ratten en een zwerm kleinere exemplaren. Brecht wou een betekenisvolle band met de kleine ratjes opbouwen, maar alle energie tevergeefs bleek dat hun kleine beetjes en kneepjes toch niet zo liefkozend bedoeld waren. Diep teleurgesteld werd er dan maar korte metten mee gemaakt.

Bij de fel naar alcohol riekende wachter van de piratenbaai aangekomen, werd geopteerd om deze eerst wakker te maken en een robbertje te vechten, want er rustig voorbij te sluipen was geen interessante optie meende Livio. Nadat deze op zijn knieën viel en begon te smeken voor zijn leven, overviel Moebius ineens een grote vermoeidheid. Brecht zette een stap terug en vreesde voor moeraskoorts.

Omdat morgen weer een nieuwe dag was, beslisten de helden dat het goed geweest was. Ze bonden de smekende wachter grondig met touwen vast, staken een prop in z’n mond en haalden vervolgens allerlei interessante voorwerpen uit hun rugzakken zoals beads strings en ander rubberen vertier. Uiteindelijk sleepten ze hem terug naar Zuiderhaven om hem aldaar aan stadswachter Ivan uit te leveren, maar verzwegen in alle talen dat ze wisten waar de piratenbaai zich bevond, uit schrik om de beloning te ontlopen indien de stadswachters de baai overvielen en er grote schoonmaak zouden houden.

2011.03.18.19.00.return pirate bay

View
Terugkeer naar het Gluwerdiep

(Placeholder)

Brecht, Livio en Gareth trekken dieper het Gluwerdiep in, krijgen moeraskoorts, testen uit hoe sterk bollewoggers zijn, ontdekken waarom Plakmos zo heet, vechten tegen een pudding die ondergronds woont, en keren naar huis met hun zakken vol zegenzwam voor Marius Aran.

View
Oversteek Perelgaards Pas

s’Ochtends komen Lerissa, Gareth, Korom en Tar samen op het ontbijt met eieren en piBwasser. Ze mijmeren een tijdje over de avonturen die ze gehoord en/of beleefd hebben. En vooral de pas in het Lansiersgebergte die s’nachts niet gebruikt mag worden, wekt de interesse bij de avonturiers op.

Maar voor ze vertrekken, gaan ze nog even langs bij meneer Marius Aran in het Sint-Avandra Ziekenhuis. Lerissa had immers een hele bos paddestoelen die ze aan hem wou laten zien. Arande bekeek de paddestoelen en lachte grimmig, “Ge hebt inderdaad vanalles mee, maar ik ben vooral op zoek naar zegenzwam en vlamammaniet. De zegenzwam groeit in bankjes tegen de wand en herken je aan zijn parelachtige look. En de vlammaniet is een gigantische oranje gestreepte paddestoel.”

Hierop gingen de avonturiers nog even langs bij apotheker Thalius waar ze enkele dosissen utraï-gif kregen op bsis van de argalbloemen die ze hem gegeven hadden.

Pas
Kort daarop vertrokken ze rechtstreeks naar het lansiersgebergte om tijdig de pas te kunnen oversteken. Door de talrijke waarschuwingen over de vermiste personen die de pas ‘s nachts overstaken, zouden ze geen risico’s nemen. Na een tijdje wandelen doorheen de Azuren Kliffen zagen ze plots tegenliggers. Het was een kleine kar beladen met zilver, voortgetrokken door 2 muilezels en bewaakt door enkele wachters. Na een kort gesprek met hen bleek dat ze van mijn B kwamen en onderweg waren naar Zuiderhaven. Korom twijfelde nog om de karavaan te overvallen, maar bedacht bij zichzelf: waarom een kleine kar overvallen als we een ganse mijn met zilver kunnen veroveren, en hij zette het idee dan ook maar uit zijn hoofd.

Bij mijn A aangekomen staan ze voor het kronkelende pad dat doorheen het Lansiersgebergte trekt.
De waarschuwing op het bord langs het pad is duidelijk “’s nachts pas niet oversteken”.
Maar hier hoefden ze nu niet bang voor te zijn aangezien het nog maar bijna middag was.
Dus trokken ze de bergen in. Het pad ging steiler en steiler, de lucht werd er iets ijler, ademen iets moeilijker, maar het zicht was fantastisch! Langs steile wanden klommen ze door tot ze plots steentjes hoorden vallen iets verderop. Lerissa ging op verkenning en zag een groot wezen met 4 poten, vleugels en een snavel. Beter bekend als een Hyppogryph. Vastberaden om de pas over te steken, stormde het viertal af op het beest, zwaaiend met hun zwaarden. Het leek wel of Gareth en Korom eten gezien hadden. Ze hakten het beest bijna in fijne schijfjes om in de pan te bakken.

Toen ze verder doorgingen op het steile bergpad, zagen ze iets verderop een wachttorentje van zo’n 4m hoog. Dit torentje bleek helemaal bovenaan de pas te staan. Daar aangekomen was er een kleine open plaats met enkele kleine overnachtingsplaatsen en enkele kleine grotten die bevoorraad waren door hout, hooi, drank,… Maar het was duidelijk dat er al lang niemand meer in de gebouwen was geweest.

Om toch tijdig de pas over te zijn, vervolgden ze hun weg. Tot er plots een vogeltje met bliksem uit z’n gat kwam aanvliegen. Lerissa was verheugd het kleine diertje te zien. De donderhavik, ook bliksemhavik genaamd, landde iets verderop op de pas, net uit het zicht. Lerissa ging wederop op verkenning en zag dat de donderhavik, samen met 2 hyppogryphs, aan het eten was.
Korom, Lerissa, Gareth en Tar probeerden ze snel te overmeesteren met een verassingsaanval, ze smeerden hun wapens in met zwaarvoetgif en utraiyi-gif en stormden erop af. Maar Korom was duidelijk niet weggelegd om zich stil te houden en geraakte ook snel gefrustreerd toen de vogels opstegen en steeds in duikvlucht kwamen aanvallen. Lerissa schoot snel op alles was bewoog tussen haar niesbuien door, Tar deed vooral veel vrolijke danspasjes (duidelijk charm of “misplaced” wrath) en Gareth nam zijn zwaard, zweerde die beesten af te maken en deed dat ook.
Na een hevige strijd waren twee vogels in de ravijn gestort en hadden ze wederom een hyppogryph in mootjes gehakt.

Uiteindelijk kwamen ze aan de andere kant van het Lansiersgebergte terug op vlakker terrein. Aan het einde van de pas stond een standbeeld. Het leek wel op een soldaat en droeg de optiteling “Perelgaard”. Het heuvelachtige landschap dat zich voor hen uitstrekte was weinig begroeid en voor hen liepen sporen die richting het westen gingen. Ten noorden van hen zagen ze in de verte iets liggen tussen twee grote heuvels. Om een beter zicht op de omgeving te krijgen, klommen ze op één van de heuvels en verderop ten noorden zagen ze kraters in de grond. Ook zagen ze dat het voorwerp tussen de heuvels een katapult was die vrij recent totaal in de vernieling werd gebracht. Ten westen van hen, iets verderop langs het Lansiersgebergte zagen ze een pallisade in een inham. De sporen bleken ook richting deze pallisade te gaan. Toen ze bij de pallisade aankwamen, zagen ze een hoge houten muur, bewaakt door wachter, boogschutters met kruisbogen en speren. Een potige dwerg, genaamd Zar Spekholzer, was de organisator van de vestiging. Die pallisade was hoognodig om mijn B (die er vlak achter lag) te beschermen tegen Goblins en groene mannekes. Zar wist nog te vertellen dat ze van geluk mochten spreken dat er vooral gevochten werden tussen die twee. Want als die allemaal hen zouden aanvallen, zou het snel gedaan zijn met het ontginnen van zilver in mijn B. Het viertal besloot te overnachten in de barakken achter de pallisade.

Na een korte nachtrust werden ze abrupte gewekt door Zar. “Jullie kwamen toch om te helpen? We worden aangevallen door Goblins en kunnen jullie hulp best gebruiken!”. Kleine, lelijke en vooral stinkende! mannetjes bestormden de poorten van de houten muur. De strijd was zo hevig dat een grote stofwolk oprees. Twee boogschutters hielpen ons viertal, maar schoten meer in hun eigen voeten, dan op de goblins. Maar de goblins waren niet opgewassen tegen de vernietigende kracht van Tar, Lerissa, Gareth en Korom. En ze legden er na een hevige strijd het loodje bij.

Vermoeid besloten ze dan terug te gaan richting Zuiderhaven en stoken de pas terug over.
Toen ze die bijna over waren, hielpen ze nog snel een kar die aangevallen werd door 2 hyppogryphs. Deze mini-karavaan begeleidden ze dan nog veilig terug tot in Zuiderhaven waar ze allemaal fijn hun bedje inkropen.

View
Het Gluwerdiep
Schimmels, paddestoelen en mossen

Zuiderhaven

2010.09.30.19.00.bovengrondsLerissa, Brecht en Gareth besloten erop uit te trekken om het Gluwerdiep te vinden, wat zich ergens aan de andere kant van de Argali Moer zou moeten bevinden volgens de vertellingen van Isambard Samul. Wat misschien vooral de interesse wekte was het feit dat Otto (de assistent van Isambard) daar het Vuurmanawapen verstopt had…

De Argali Moer

Na een fikse wandeling over het Glinsterstrand, dan langs de oostelijke oever van de Argali naar het noorden en vervolgens langs de rand van de Grote Jungle (net ten noorden van de Argali Moer) naar het oosten, zagen ze in de verte wat rookpluimpjes opstijgen. Dat bleek een nederzetting van de bollewoggers te zijn: er bevonden er zich 3 kleine en 1 grote bollewogger, maar daar hadden de helden geen zin in, dus trokken ze verder naar het oosten.

Het Gluwerdiep

Voor hen doemden de meest perfect ogende heuveltjes op, tot veel jolijt van Gareth en Brecht, die wel wat voelden voor mooi gevormde heuveltjes. De ondergrond bestond hier uit een vocht-absorberend, poreus gesteente. Tussen twee van deze welgevormde heuveltjes ontdekten ze een klein meer met een ingang tot het ondergrondse Gluwerdiep (locatie 1 op het kaartje). Al gauw wipten ze met z’n allen naar binnen.

2010.09.30.19.00.ondergronds1Brecht zijn zakje om smurrie te verzamelen voor de pippo’s van Sint Avandra bleek al gauw veel te klein, want de verscheidenheid aan soorten mossen en paddestoelen was echt fenomenaal. Ze waadden hier doorheen sporofieten die tot aan je middel stonden te wuiven in de tocht doorheen de gang. Overal groeiden kleurrijke soorten mossen en paddestoelen. De rotswand kon je niet zien: je moest je arm doorheen een dikke, glibberige laag begroeiing steken om hem te kunnen voelen. Enorm handig om mee te nemen voor in de donkere gangen, waren vooral de grote paddestoelen die een mooie blauwe (of eerder turquoise) gloed afgaven: lampkopjes.

Na een rechtse gang in te slaan en die even te volgen stapten ze plots in een tapijt van 10cm hoge, donkere paddestoelen die plotsklaps heel de gang met donkere sporen vulden zodat ze geen steek meer zagen. Men mag deze poefpaddestoelen vooral niet ‘poefpaddestoelen’ noemen, want in de volksmond heten die blijkbaar (ook) lampkopjes. Dit was blijkbaar dan de donkere, kleinere, niet lichtgevende variant die graag (*poef*) zijn sporen liet vliegen. Na wat heen en weer geloop doorheen deze vermoedelijk enorm levensbedreigende substantie kwamen ze er langs de andere kant terug uit en bleek er geen vuiltje aan de lucht. Bij een volgende splitsing zagen ze langs rechts terug wat daglicht.

Na even met de ogen te knipperen en wat te wennen aan het daglicht, bleken ze in een vallei te staan (locatie 2 op het kaartje) van hetzelfde poreuze gesteente zoals daarnet. Na wat heen en weer geloop bleek er een andere ingang te zijn die terug de ondergrond inging (locatie 3 op het kaartje) en jawel hoor, al vlug zaten de drie helden terug ondergronds.

2010.09.30.19.00.ondergronds2Na heel wat gangen door te lopen, kwamen ze in een hallucinant hard met paddestoelen gevulde, grote zaal waar een vlamamaniet stond: een enorm stevige vliegenzwam met sporen die, als je ze inademde, je tijdelijk een pak sterker maakten (+1d4 melee damage). Je moest er eerst wel eens hard op timmeren zodat ie zijn sporen losliet (DC15). Ook vonden ze aan het einde van één van de zijgangen van die grote zaal een dooie bollewogger op de grond. “Handig! Hebben wij geen werk meer mee!”, dacht Brecht en hij onderzocht vlug het met schimmels begroeide lijk. Lerissa graaide vlug naar een dikke buitel goudstukken en Brecht propte beteuterd dan maar wat mooie rode aasetende schimmels, die op het lijk groeiden, bij in zijn zakje.

In een andere grote zaal vonden ze enkele zwartgeblakerde stokken, vodden en een waterzak. Hier bleek Otto (de assistent van Isambard) zich schuil te hebben gehouden en na even in de paddestoelen aan de wand te graaien vonden ze hier het Vuurmanawapen! Een prachtige scimitar met een felrood kristal in het heft ingezet. Lerissa tuurde geconcentreerd naar het wapen en wou het niet loslaten, maar omdat ze er eigenlijk weinig mee kon aanvangen (buiten verkopen), gaf Brecht haar een berg goudstukken (losgeld), stak zijn eigen hamertje weg en zwaaide tevreden in het rond met zijn nieuwe aanwinst ([W] = 1d8, +1 attack, +1 damage, critical +1d6 fire damage, at-will power: treat all damage as fire damage, daily power: +1d8 fire damage and +5 ongoing fire damage).

Toen ze echter iets te ver naar het midden van de zaal stapten, merkten ze dat ze begonnen weg te zinken in de paddenstoelen op de grond. De ondergrond bleek hier namelijk te bestaan uit de kopjes van enorme aantallen metershoge paddenstoelen, maar de feitelijke bodem bevond zich hier enkele meters lager. Lerissa en Brecht sukkelden doorheen de paddestoelen naar beneden en belandden hier in een perfect driehoekig gevormde kamer met drie gangen.

Iets verder, in een grot met een hoger gelegen deel – Brecht vermoedde dat de gang aldaar naar het Nimmerlichtwoud voerde – botsten ze op 5 megapollen. Dit zijn grote wit-grijze, pluizige pollen die op je af komen dartelen en tegen je aan komen botsen (‘poison damage’). Als je ze kapot maakt (wat echter makkelijk gaat), spatten ze uiteen in een grote wolk (‘acid damage’). Nadat de oogjes ophielden met branden, kreeg Lerissa plots een serieuze aanval van claustrofobie en moest ze kost wat kost prompt terug naar de oppervlakte (al wisten niemand eigenlijk hoe). Ze liepen dan maar vlug een van de andere gangen in, renden voorbij een ondergrondse kloof en een wachterschimmel (*BAM!*, -5 on Stealth checks) tot ze uiteindelijk een opening naar de oppervlakte zagen.

Op een heuveltje ten midden van de Grote Jungle (locatie 4 op het kaartje) kwamen ze uiteindelijk terug aan de oppervlakte – het was al donker aan het worden – en haastten ze zich terug naar Zuiderhaven.

View
Mannen die de mist ingaan

Ontboezemingen

Na haar indigestie door een teveel aan Albatroseieren met everzwijnspek, die haar de vorige expeditie had doen missen, krijgt Lerissa een update van Brecht. Ze verneemt dat het stoffelijke overschot van Nemeia gevonden werd en nu 10 voet diep ligt. Eigenlijk had ze het kadaver liever zelf onderzocht en er daarna een vreugdevuurtje van gebrand, maar nu moest ze Brecht op zijn woord geloven dat hij geen talisman gevonden had. Weemoedig dwaalden haar gedachten af naar haar stoere Kairon, die het kleinood steeds rond zijn nek droeg, het bracht hem keer op keer geluk. Behalve op die fatale avond, toen hij tijdens zijn dansvoorstelling met Nemeia plots in elkaar stortte. Daarop doofden de lichten en toen de chaos geluwd was, bleek dat ze allebei verdwenen waren. Lerissa voelde de woede weer in zich opborrelen. Ze was ervan overtuigd dat haar liefdesrivale zich had willen wreken op Kairon, die Nemeia had afgewezen. Maar wat was er precies gebeurd? Leefde hij nog? Ze kon het Nemeia niet meer vragen. Had het dan nog zin om in de Wilde Landen te blijven? Ze overpeinsde de hele historie terwijl Brecht haar vragend aankeek. Hij had duidelijk zin om weer op avontuur te trekken. Eigenlijk stond haar hoofd er niet naar. Maar anderzijds had ze ook geen zin om terug te keren naar een leeg en eenzaam bestaan op het oude continent. Als Kairon nog leefde, zou hij haar wel weten te vinden, besliste ze. Ze had genoeg sporen achtergelaten, dus kon ze evengoed nog wat blijven en goudstukken sprokkelen.
Brecht en Gareth leidden haar mee naar apotheker Thallius, die hun Mengabladeren ondertussen had onderzocht. De bladeren bleken, wanneer ze gedroogd waren, geneeskrachtig te werken. 1 gram, of 1 blaadje per dag is heilzaam, maar meer is gevaarlijk, aangezien het goedje coma-inducerend werkt.

Ik dwaal hier rond en rond en rond

Lerissa was geïntrigeerd toen ze het verhaal over de bron des levens hoorde, en begon Brecht en Gareth de oren van het hoofd te zagen, tot ze akkoord gingen om haar mee naar het magische oord te leiden. Brecht nam kordaat de leiding en kroop regelmatig in een boom om zich te oriënteren. Hij zei steeds weer « we zijn er bijna », maar toch kon Lerissa zich niet van de indruk ontdoen dat hij geen flauw idee had waar ze waren. Na een nipt ontweken valstrik en twee hongerige panters, die Gareth aardig toetakelden, maar toch in mootjes gehakt werden, bereikten ze uiteindelijk de poel. Lerissa stortte zich in het verkwikkende water, terwijl de mannen genoegen namen met een slokje. In haar ooghoek zag ze Brecht gele veren bovenhalen en vreemde bewegingen maken. « Ik had het kunnen denken, een fetisjist », zuchtte ze.

Dikkopjes

Het drietal verliet zonder noemenswaardige problemen de jungle en trok via het Glinsterstrand, twee krabben en een aangespoeld verzopen everzwijn naar de Argalimoer. Ze waren benieuwd naar het Gluwerdiep, dat zich voorbij de moer bevindt en rijk is aan geneeskrachtige schimmels, mossen en paddenstoelen. Ze staken de Argali over en kwamen in een zompig, mistig en stinkend landschap terecht dat vergeven was van de muggen. Gelukkig konden ze zich vlot een weg banen door het riet aan de kustlijn. Ze staken een paar smalle zijarmen van de Argali over en zagen dan een eilandje met een palissade opduiken. Er was een stenen toren waar een rookpluim uit opkringelde. Op het (niet zo) vasteland waren kampen van kikker-mensachtige wezens die een hels kabaal maakten. Ongetwijfeld de Bollewoggers waar Isambard het over had. Als ze een boog rond het kamp maakten, zouden ze aan de achterkant, waar geen palissade was, een beter zicht krijgen op het eilandje. Brecht had echter last van koude rillingen en voelde zich niet zo lekker. Daarom beslisten ze terug te keren richting Argali, maar dan wat meer landinwaarts. Daar stuitten ze plots op een rookpluim met bijbehorend kamp Bollewoggers. Lerissa had wel zin in een uitdaging, om haar zinnen te verzetten en sloop op haar poezelige Tieflingvoetjes naar het kamp. Daar hing een kapotgereten tas aan een boom, die ze meegraaide. Brecht en Gareth hielden hun adem in en vergaten haast dat ze haar dekking moesten geven met hun kruisbogen, toen Lerissa voorzichtig terugsloop. Gelukkig hadden de kikkerkoppen niets in de mot. Op een veilige afstand doorzochten ze de tas en vonden in een verborgen compartiment twee bladeren uit het dagboek van Isambard. Hun favoriete auteur vertelde hen het volgende:

pagina 1:
poreus vormt het Gluwerdiep, een uitgestrekt kronkelend grottenstelsel, vol van de meest exotische schimmels en mossen, van duistere toch lichtende, van genezende tot giftige… Tijdens mijn initiële bovengrondse verkenning nam ik aan dat dit gesteente zich beperkt tot de Trappen van Barallan naast de moer, echter ondergronds strekt het zich veel verder uit. Toen ik één van de vele tunnels volgde, kwam ik zelfs uit in een mij onbekend feëeriek woud dat als het ware gehuld leek in eeuwige deemstering. Terstond kerstende ik het “het Nimmerlichtwoud”! (getekend met de initialen I.S.)
Op deze pagina is in een andere handschrift “Gluwerdiep” omcirkelt, en
er is een notitie bijgeschreven in de kantlijn: “hier vuurmana-wapen verstoppen. middelste ingang”. Ook “Nimmerlichtwoud” is onderstreept met er vlak onder “ontsnappingsroute” en “bollewoggers komen hier niet” geschreven.

pagina 2:
anders zo kranig, kloeg gisteren over last van de koude. Zelfs de volgende dag voelde hij zich geenszins beter. Zowaar erger, tijdens een handgemeen met een patrouille bollewoggers, kreeg Pepijn na een trefzekere klap nog maar amper zijn knots omhoog! Bezorgd besloot ik weder te keren en hem repoos te gunnen in het Sint-Avandra gasthuis te Zuiderhaven. De helers diagnosticeerden hem al snel als lijdende aan moeraskoorts, een nare ziekte overgebracht door het ongedierte in de moer. Gelukkig konden ze

Hieruit leidde Brecht prompt af dat hij moeraskoorts opgelopen had. Toen ze veilig aangekomen waren in Zuiderhaven, verkondigde hij dit ook meteen aan de artsen van Sint-Avandra. Zij trokken zijn deskundigheid in twijfel, wat goed te begrijpen is, maar waren niet helemaal ontevreden toen ze merkten dat hij gelijk had. Hij mocht immers een nachtje blijven en een handvol goudstukken ophoesten.

View
Gorilla in the Mist
"Oe oe oe ah ah AH AH AGH!"

Neder-Jungle

2010.09.25.16.00De volgende dag trokken Tar, Gareth en Brecht terug de Neder-Jungle in. Ze wilden een bezoekje brengen aan de watervallen om te zien of daar toevallig geen grotten achter zaten, zoniet zou dat toch wel heel verdacht zijn.

Na een uurtje stappen doorheen de jungle botsten ze op twee Utraiyi, waaronder deze keer een Utraiyi shaman, getooid met een bos veren op zijn hoofd en een staf in de hand. Om eens een andere tactiek uit te proberen, nam Brecht een van zijn gele veren, knielde neer en bood deze met twee handen boven zich uitgestrekt aan aan de Utraiyi. Deze keken wat verbaasd, maar waren verder niet echt onder de indruk. Brecht legde de veer neer op de grond en het gezelschap wandelde vervolgens gewoon rustig weg, naar het westen. De Utraiyi negeerden de veer, maar bleven ze op een afstand volgen en zodra de helden iets verder wat naar het noorden probeerden af te buigen, werden de Utraiyi wederom een pak agressiever en kwamen de weg versperren. De broze vriendschap was van korte duur want dit mondde al snel uit tot magische spreuken, hamers en zwaarden die in het rond gezwaaid werden. De shaman kon blijkbaar heel wat kunstjes, waaronder giftige doornen uit de grond doen oprijzen die zich om je heen wonden zodat je je niet meer bewegen kon, alsook groene bollen energie op je afvuren. Tussendoor kauwde ook hij even een Mengablaadje om terug wat op krachten te komen. Echter, in een mum van tijd was de rust teruggekeerd en plunderden de helden tevreden de groene lijkjes.

Utraiyi Dorp

Na even de omgeving te verkennen, kwamen Brecht, Tar en Gareth aan een pad van vele voetsporen dat (noordwest richting zuidoost) doorheen de jungle liep. Iets verder naar het noodwesten, het pad volgend bevond zich tegen de voet van het Lansiersgebergte het befaamde Utraiyi dorp bevond waar Isambard Samul reeds over sprak. De dappere helden maakten zich vlug uit de voeten en volgden het pad in de andere richting, naar het zuidoosten.

Oord des Levens

Na een tijdje stappen kwamen ze aan bij een open plek in de jungle waar een poel helder water een enorm grote boom die boven de omringende jungle uitstak, voorzag van de nodige vochtigheid. Rondom de boom was een (ceremonieel) koord gespannen en in een natuurlijke holte van de boom bevonden zich schelpen, bloemen en gekleurde veren – maar geen gele tot grote spijt van Brecht. Dit was duidelijk een heilige plaats voor de Utraiyi. Even sippen van het water in de poel bleek je leven te veranderen en je voelde je er permanent een pak beter door. Concreet: permanent 1 extra ‘ealing surge’, permanent ‘healing surge value’ +1 en je kreeg een reeds gebruikte ‘healing surge’ terug. Wat een fenomenaal effect!

Zwarte Gesloten Deur

Zonder verder oponthoud stapte het gezelschap verder naar de 4 watervallen, alwaar geen grotten te ontdekken vielen. Ook na grondige inspectie van de 5de waterval bleek zich daar geen grot achter te bevinden. “Dat is toch wel heel verdacht”, vond Brecht. Ze lieten de watervallen dan maar links liggen en trokken verder langs de rivier om het verhoogde stuk jungle-plateau te gaan onderzoeken. Bij het over de rivier heen proberen te springen belandde Brecht ongelukkigerwijze in het water beland en aan hoge snelheid was hij binnen de kortste keren uit het zicht verdwenen. Na vijf minuutjes de rivier stroomafwaarts volgend, zagen Tar en Gareth dat Brecht erin geslaagd was er aan de andere kant van de rivier uit het water te klimmen. Gezwind huppelden ze dan ook maar even over het watertje heen en kon de verkenning van het plateau beginnen. Er bleek er zich niets te bevinden, behalve veel jungle natuurlijk.

Toen ze echter de wand van het Lansiersgebergte een tijdje volgden naar het noordoosten en later naar het noorden kwamen ze plots aan een inham in het gebergte. Helemaal in de hoek hiervan bevond zich een grote blinkend-zwarte plaat die 10cm uit de wand het gebergte stak. Het leek een soort deur te zijn, maar zonder hendel of enig merkbare manier om die te openen. Deze leek niet uit steen, noch uit staal te zijn, maar uit een perfect effen, onkrasbaar materiaal. Na er met drie tegen te staan duwen, erop te kloppen, slaan en nadat Tar zich even liet gaan met enkele magische krachten (thunderwave, cold, fire) bleken alle pogingen tevergeefs. Omdat het al heel laat was, besloot het drietal voor de deur te overnachten, in de hoop dat die ’s nachts nog spontaan zelf zou opengaan. Dat deed ie echter niet…

Innige omhelzing

Toen het drietal zich rustig terug een weg baande naar het oosten, richting Argali, werden ze plots opgeschrikt door het gekrijs en gebrul van een gorilla, een enorme blok pure spiermassa, die met veel vertoon van boom to boom slingerde en het helemaal niet apprecieerde dat drie stinkende avonturiers – er bevonden zich inderdaad onvoldoende faciliteiten nabij de overnachting tegen de voet van het gebergte – zomaar zijn territorium verstoorden. Tot grote ontsteltenis nam hij luid brullend Brecht in zijn armen, drukte die hard tegen zich aan tot er wat kraakte (wat getuigde van weinig affectie) en gooide Brecht toen als een geopend (nogal groot uitgevallen) nootje snoeihard tegen Gareth aan. Beide lagen meteen op de grond. Al gauw lag Tar bewusteloos en leek het erop dat Brecht en Gareth snel gingen volgen. Met de laatste krachten bracht Brecht Tar nog op de been en zetten ze het met z’n allen zo goed mogelijk nog op een lopen, richting het geruis van de Argali rivier, die ze reeds in de verte hoorden. De gorilla timmerde een paar keer op zijn borstkas en bleef ze dicht op de hielen. Net op tijd bereikte het drietal de 1 meter dieper gelegen Argali rivier en sprongen het water in. De gorilla bleef er achter en wierp zelfingenomen de helden luid krijsend en trots nog enkele stukken fruit achterna. Uitgeput lieten deze zich gedrieën verder met het water meevoeren en bereikten zo uiteindelijk de zee. Na een vermoeiende wandeling geraakten ze in Zuiderhaven, alwaar ze allen hun wonden konden gaan likken.

View
Met alle respect vandien
R.I.P. Nemeia, Dolnar en Zuüm

Zoute Zeemeermin

2010.09.25.14.00Op de morgen van een wisselvallige dag begroetten Tar en Brecht elkaar in de Zoute Zeemeermin. Ze besloten om samen met Gareth een stapje in de Neder-Jungle te zetten en op zoek te gaan naar Nemeia, Dolnar en Zuüm die nu ondertussen al een week niet meer gezien zijn, sinds ze de jungle ingetrokken zijn. Iedereen vermoedde het ergste, maar niemand durfde het luidop suggereren.

Brecht mijmerde wat over het ongetwijfeld hilarische tafereel waarbij hij zich samen met Enna en Dolnar de tenen verrot liet knijpen door enkele krabben op het Glinsterstrand, net buiten de stad. De krabben stonden op het punt om iedereen – al dan niet bewusteloos – de zee in te sleuren, maar net op dat moment kwam Nemeia het strand opgerend en rekende al gauw af met het stelletje schaaldieren. Enkel wat cocktailsaus had ze spijtig genoeg niet meegebracht. Maar ondanks was Brecht ze nog altijd heel dankbaar voor die gezwinde interventie.

Nog vooraleer opgewekt de jungle in te trekken, wist de waard Nolle hen nog te vertellen dat er weeral 4 of 5 stadswachters spoorloos verdwenen zijn toen ze ’s nachts de Perelgaards Pas doortrokken richting Mijn B en de Liefdeloze Heuvels. Ze moesten iemand doorheen de pas escorteren, maar het volledige regiment werd nooit meer teruggezien. Lichamen worden er nooit gevonden, iedereen verdwijnt altijd zonder enig spoor na te laten. Na het zien van het bord aan de voet van het Lansiersgebergte, leek het Brecht gewoon dom om daar ’s nachts doorheen te willen trekken, zeker indien enkele voorvallen zoals deze het gevaar lijken te bevestigen. “Er zijn nu eenmaal grote gevaren waar je rekening mee moet houden en je niet onverhoeds zomaar moet wegwimpelen, en dat zeker niet op dit vreemde continent”, zo dacht hij erover en voelde weinig medelijden met de wachters die de waarschuwing volledig genegeerd hadden. Mijn B was overigens een zilvermijn langs de andere kant van het gebergte. Deze mijn is wel nog actief, in tegenstelling tot Mijn A die nu al langere tijd in onbruik vervallen is. De mijnwerkers overnachten in de mijn zelf en blijven dus in de mijn gedurende langere tijd, maar het team wordt wel regelmatig afgelost met nieuwe werkkrachten uit Zuiderhaven.

Neder-Jungle

2010.09.25.14.00.uitkijkplatformNadat allen nog even de lokale bakker een bezoekje brachten om wat brood, salami en ander beleg in te slaan voor de dag, trokken ze de jungle in. Na een twintigtal minuutjes voorzichtig stappen – waarbij ze probeerden niet te diep de jungle in te trekken, maar eerder naar het noordoosten te trekken, merkten Brecht, Tar en Gareth plots een houten platform op dat op zo’n tweetal meter hoogte tussen de stammen van een groepje bomen gebouwd was. Na even de directe omgeving af te turen, leek de locatie er momenteel verlaten bij te liggen. Op het platform bleken nog enkele fruitschillen, visgraten en primitieve pijlen te liggen. Deze rotzooi betekende dus dat de Utraiyi dit eenvoudige construct hier neergepoot hadden. Ook kon je in het verte Berg Gorgori zien: een actieve vulkaan helemaal in het noorden. Verontrustend was wel het feit dat je van op het platform een heel goed zicht had op het Glinsterstrand en Zuiderhaven iets verderop. Blijkbaar houden de Utraiyi de indringers op hun continent dus nauwgezet in de gaten. Omdat er voor de rest niets te beleven viel, trok het gezelschap vlug terug verder, deze keer pal naar het noorden, want in zee en strand hadden ze nu geen zin.

2010.09.25.14.00.utraiyiEen anderhalf uur later, dieper de jungle in, voelde Brecht plots een takje onder zijn betrouwbare stapschoenen kraken en zag nog net hoe een liaan – met het uiteinde in een lus rondom zijn voet op de grond gelegd – vliegensvlug omhoog gekatapulteerd werd. Gelukkig wist hij nog net weg te duiken vooraleer de lus zich rondom zijn voet wist aan te spannen om hem aan een rotsnelheid mee te hoogte in te hijsen. Terwijl Brecht nog even aan het bekomen was en opgelucht naar de liaan tuurde die nu vruchteloos in de lucht bengelde, suisden plots 2 pijltjes door de lucht en bleken 2 Utraiyi teleurgesteld omdat hun val niet gewerkt had zoals ze hadden gehoopt, dan maar met boog en messen het gezelschap aan te pakken. Brecht, Tar en Gareth deelden hun teleurstelling niet en verlosten ze al gauw uit hun lijden. Iets wat opviel was dat deze twee kleine geel-groene gedroogde blaadjes bij zich hadden en toen ze er zo eentje opaten, leken ze zich terug een pak beter te voelen, net vooraleer ze met hamers en zwaarden ten onder gingen aan het bloedverlies ten gevolge van hun wijd gapende wonden. Maar toch, die blaadjes leken interessant te zijn en jawel, in de buurt vonden de helden al vlug een struik vol verse blaadjes die er identiek uitzagen. Gareth doopte ze ‘ Mengabladeren’ en alle zakken werden gevuld om Apotheker Thallius er later gretig op los te laten.

2010.09.25.14.00.panterTijd om verder te trekken tot het volgende oponthoud: deze keer een zwarte panter die zijn lege maag aan het vullen was met het sappige, weliswaar half vergane vlees om de botten van (jawel) Nemeia, Dolnar en Zuüm. Al vlug werd een net over het dier geworpen en terwijl het dier nog met grote, verschrikte ogen opkeek naar de drie zwaarbewapende bruten die genadeloos hun zwaard in zijn mooie, zwarte pels plantten en met een hamer zijn schedel versplinterden, wist het dier voldoening te nemen in het feit dat het toch wel lekker gegeten had, al begreep het niet waarom dit zo genadeloos afgestraft werd. Achteraf kwamen de helden tot de conclusie dat dit dier misschien toch niet verantwoordelijk was voor de dood van hun vrienden. Voor de duidelijkheid: onder ‘vrienden’ moeten Nemeia en Dolnar verstaan worden, want Zuüm, die kende geen eigenlijk. Ze besloten de lichamen naar Zuiderhaven terug te brengen om ze aldaar in bijzijn van nabestaanden, geliefden, kennissen of louter geïnteresseerden een respectvolle begrafenis te geven: “Niemand verdient het om zomaar achtergelaten en opgepeuzeld te worden na een onfortuinlijk treffen met enkele everzwijnen”, concludeerden ze allen.

Begrafenis

2010.09.25.14.00.begrafenisVreemdgenoeg bleken de gesneuvelden geen enkel goudstuk meer op zak te hebben en dus betaalden Brecht, Tar en Gareth dan maar zonder aarzelen elk zelf hun deel van de kosten voor de begrafenis – want zo zijn ze – en die was trouwens tot in de puntjes verzorgd! Er kwamen zelfs enkele priesters van Sint Avandra aan te pas, kijk eens aan. Enkel bleken er geen nabestaanden, noch geliefden, noch kenissen, noch.. nu, eigenlijk niemand interesse te hebben in het ter aarde leggen van deze vrienden (en Zuüm). Enerzijds om de kosten toch wat te drukken en anderzijds om de wensen van de gesneuvelden te vervullen (hetzij misschien niet voor allen, dat wisten ze niet zeker), werd geopteerd voor slechts 2 graven: ééntje waarin Dolnar en Zuüm lepeltje lepeltje gelegd werden en en tweede waarin Nemeia haar eeuwige rust kon genieten. De staaf van Zuüm die met moeite uit zijn verkrampte greep ontdaan was, werd na het toedekken van het graf bovenop in de aarde geplant. “Moge zijn staaf immer trots en erect de hemel inwijzen”, zei Brecht terwijl omstaanders hem fronsend aankeken, maar hij schonk er weinig aandacht aan. De totem van Dolnar werd op de schouw in de Zoute Zeemeermin geplaatst, als aandenken aan hen die ze zijn voorgegaan, opdat hun moed nooit vergeten zou worden. Nolle keek er stilzwijgend naar, spuugde dan even in het glas dat hij vast had en poetste het verder, want er was nog veel afwas te doen. Brecht besloot de kleine, maar levensreddende handkruisboog van Nemeia aan zijn riem te hangen en voortaan zelf te hanteren wanneer nodig en haar hierdoor hopelijk eer aan te doen. Omdat Gareth opmerkte dat hij had gehoord dat de zeis van Zuüm (‘Slashmore’ genaamd) een belangrijk erfstuk van de familie Maeckpuuv was, besloten ze dit wapen bij te houden om te overhandigen aan Zwaäm, zijn broer, wanneer die zich nog eens in Zuiderhaven vertoonde. Vervolgens werd er enorm hard gefeest en vloeide er heel wat zoute grog, Sheibwasser en Pibwasser, tot veel jolijt van Nolle en zijn etablissement.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.